Cyclus en de sportprestatie

Er is veel discussie over de relatie tussen de cyclus en sportprestatie. En in die discussie zijn er onder andere apps die beloven te voorspellen wanneer je in topvorm bent. Daarnaast proberen coaches en sporters trainingsschema’s rond hormonale schommelingen te organiseren. De belangstelling om sporten gedurende de cyclus is enorm. Maar met die populariteit komen ook stellige conclusies over wanneer je kan knallen en juist beter rustig aan kan doen en die conclusies zijn niet altijd terecht. Om te kijken of al dat plannen van verschillende trainingen tijdens de cyclus terecht is, moeten we eerst de vraag die achter ligt beantwoorden. Die vraag lijkt echter eenvoudig: heeft de cyclus invloed op sportprestatie? Toch blijkt het antwoord op die vraag allesbehalve simpel. Voordat we proberen antwoord te geven of de cyclus invloed heeft op de sportprestatie beschrijven we eerst waarom het zo lastig is om het effect van de cyclus op de sportprestatie te onderzoeken.

Waarom is het lastig het effect van de cyclus op de sportprestatie te onderzoeken?

Voordat we naar de resultaten van een onderzoek gaan kijken waarin de relatie tussen de cyclus en sportprestaties is beschreven, helpt het om te begrijpen waarom de wetenschappelijke literatuur zo’n versnipperd beeld laat zien tussen deze relatie. Het artikel van Duitse en Australische onderzoekers maakt dit goed duidelijk. Hoewel fysiologieboeken aangeven dat de cyclus 28 dagen is, blijkt dat uit onderzoek van de Duitse en Australische onderzoekers helemaal niet het geval. De cyclus is geen klok met een vaste 28-daagse cadans.

Zelfs bij vrouwen met een regelmatige cyclus variëren de verschillende fasen in lengte. De ovulatie verschuift, hormoonspiegels verschillen per maand en het fysiologieboekplaatje past vaak slecht op de realiteit.

Daarnaast worden binnen veel onderzoeken bovendien kalenderdagen gebruikt om de fases van de cyclus te bepalen, terwijl hormonale metingen laten zien dat die indeling regelmatig niet klopt. Kalenderdagen zijn niet betrouwbaar om te bepalen in welke cyclusfase iemand zit. Onderzoeken hanteren vaak de aanname dat de eisprong altijd precies op dag 14 plaatsvindt. Echter, uit onderzoek blijkt dat dit bij de meerderheid van de vrouwen niet klopt.

Tel daarbij de gebruikelijke uitdagingen van sportonderzoek op. Zoals bijvoorbeeld wisselende trainingsbelasting, vermoeidheid en kleine onderzoeksgroepen, waardoor de gevonden resultaten gevoelig zijn voor toeval. Het wordt dan overduidelijk hoe snel ruis een daadwerkelijk hormonaal effect kan maskeren. Of nog lastiger: hoe snel ruis eruit kan zien als een hormonaal effect, terwijl het dus eigenlijk om ruis gaat. Deze context is belangrijk, want precies in dat weerbarstige onderzoekslandschap probeert de grote meta-analyse van McNulty antwoorden te geven.

Wat onderzocht McNulty?

De systematische review en meta-analyse van McNulty is tot nu toe het meest uitgebreide overzichtswerk over het effect van de cyclus op de sportprestatie. Het doel van de studie was alle beschikbare studies verzamelen, de kwaliteit beoordelen en de data samenvoegen om te zien of er verschillen tussen fases en het effect ervan op de sportprestatie bestaan.

Een systematische review werkt hierbij overigens als een grote stofzuiger. Alle studies die over het desbetreffende onderzoeksgebied ooit gepubliceerd zijn, worden binnengehaald en kritisch beoordeeld. De meta-analyse is vervolgens de poging om al dat materiaal statistisch bij elkaar te leggen. McNulty hield na haar zoektocht 17 studies over die kwalitatief sterk genoeg waren om mee te nemen in de meta-analyse. Dat getal zegt eigenlijk al veel. Een groot deel van de literatuur is simpelweg niet robuust genoeg om betrouwbare conclusies aan op te hangen. De studies die overbleven varieerden van het effect van de cyclus op sprinttests, duurprestaties, krachttesten en technische vaardigheden. Prestaties werden gemeten in verschillende fasen van de cyclus. Meestal de vroege folliculaire fase, de late folliculaire fase  en de luteale fase. Het beeld dat uit de meta-analyse naar voren komt is eenduidig. Verschillen tussen cyclusfases bestaan, maar ze zijn klein, niet eenduidig en waarschijnlijk niet relevant voor de meeste sporters. Er waren aanwijzingen dat prestaties in de vroege folliculaire fase iets slechter kunnen zijn. Maar zelfs dat effect was klein en niet in alle studies aanwezig. In andere fases werden soms minieme voordelen gezien, maar die patronen waren verre van consequent. Opvallend is dat de spreiding binnen dezelfde fase groter was dan de verschillen tussen fases. Wablief? We leggen het uit. Hoe vrouwen individueel reageren op training, rust en stress heeft veel meer invloed op de sportprestatie dan de fase van de cyclus. De meta-analyse laat daarmee vooral zien dat het populaire beeld van strakke prestatiecurves over de cyclus niet aansluit bij wat nu in redelijk uitgevoerd onderzoek wordt gevonden.

En dus…

Wat betekent dit nu voor sporters en trainers? Allereerst, er is totnogtoe geen wetenschappelijke basis voor vaste trainingsadviezen per fase van de cyclus. De verschillen tussen fases zijn te klein, niet eenduidig en te sterk afhankelijk van individuele variatie om schema’s op te hangen aan hormooncurves. Maar dat betekent níet dat je je cyclus moet negeren. Voor sommige vrouwen spelen symptomen tijdens de cyclus wel een belangrijke rol. Denk aan krampen, slecht slapen, vermoeidheid of stemmingswisselingen. Die klachten kunnen prestaties beïnvloeden, ook als het hormonale effect op zichzelf klein is. Het gaat dan niet om de luteale fase versus de folliculaire fase, maar om hoe jíj je voelt en functioneert op een bepaalde dag. De meest zinvolle aanpak is daarom persoonlijk en pragmatisch:

  • Gebruik de cyclus als een logboek, niet als een voorspellende kalender. Houd bij hoe je je voelt, hoe je traint en wanneer eventuele klachten optreden.
  • Herken patronen die voor jou relevant zijn. Niet omdat de kalender zegt dat je in een bepaalde fase minder presteert, maar omdat jouw eigen data dat laten zien.
  • Blijf flexibel. Een zware krachttraining uitstellen omdat je buikpijn hebt is logisch; hem uitstellen omdat je app zegt dat je progesteron hoog is, meestal niet.
  • Focus op de ‘grote factoren’. Slaap, voeding, stress en trainingsopbouw hebben aantoonbaar veel meer impact op prestaties dan de gemiddelde hormoonschommeling.

Onderzoek naar de cyclus is volop in ontwikkeling en zal in de komende jaren ongetwijfeld verfijnder worden. De cyclus kan mogelijk invloed hebben, maar hoe groot die invloed is, verschilt per persoon.