Als fitnesser ken je vast het gevoel. Je traint harder en meer, je let beter op je voeding en je haalt dagelijks je ‘verplichte’ 10.000 stappen. Maar toch lijkt die naald op de weegschaal rotsvast te zitten. Is het een illusie dat je energiegebruik zichzelf een paar tandjes terugregelt? Nee, volgens sommige wetenschappers gaat je totale energiegebruik wel degelijk in de spaarstand als je meer tracht te bewegen en minder energie inneemt. Het constrained energiegebruikmodel door ons nu het begrensde model genoemd wordt dan aangehaald als verklaring: extra bewegen levert minder extra energiegebruik op omdat het lichaam andere processen die energie vragen verlaagt.
Voor iedereen die in een cut zit, of probeert spiermassa op te bouwen terwijl de calorie-inname beperkt is, klinkt dat behoorlijk relevant. De laatste tijd wordt er echter getwijfeld aan de houdbaarheid van het model. En dat komt omdat er in oktober 2025 een nieuwe studie is gepubliceerd. Op basis van deze studie twijfelen sommigen aan het begrensde model. Maar is die twijfel terecht? Of laat de studie vooral zien dat we het model iets te simpel uitleggen?
In dit artikel nemen we je in vogelvlucht mee door de theorie van het totale energiegebruik, de nieuwe studie en de eerder beschikbare literatuur. We sluiten af met wat dit nu betekent voor je als je vetmassa wil kwijtspelen.
Componenten van het totale energiegebruik
Voordat we op de in oktober 2025 gepubliceerde studie ingaan eerst even schetsen waar het totale energiegebruik bestaat. Je totale dagelijkse energiegebruik bestaat uit vier onderdelen:
- Basaalstofwisseling (BMR): de energie die je lichaam gebruikt in rust om alle vitale processen draaiende te houden.
- Non Exercise physical Activity Thermogenesis (NEAT): alle energiegebruik tijdens spontane bewegingen die geen sport zijn, zoals wandelen, friemelen, traplopen.
- Energiegebruik tijdens sport en bewust bewegen.
- Thermische werking van voeding (TEF): de energie die je lichaam gebruikt om voedsel te verteren.
In het klassieke energiegebruikmodel (het additive model van energiegebruik), door ons nu het optelmodel genoemd stelt dat je deze vier componenten onafhankelijk van elkaar kan optellen tot een totaal energiegebruik. Meer bewegen betekent dus automatisch meer energiegebruik. Echter de verschillende componenten van het energiegebruik kunnen elkaar beïnvloeden en ook de energie-inname kan het energiegebruik beïnvloeden.
En daar komt het begrensde model CICOloeren. Zodra je energiegebruik door fysieke activiteit heel hoog wordt, of wanneer je energie-inname laag is (bijvoorbeeld tijdens een cut), zou het lichaam andere energievragende processen verlagen om binnen een veilige bandbreedte te blijven, zodat het lichaam kan blijven functioneren. Zowel de NEAT, als de basaalstofwisseling kunnen verlaagd worden. Dit verschijnsel dat de energiestofwisseling verlaagd wordt, noemen we metabole adaptatie. Het is geen radicale shutdown, maar meer een subtiele verlaging van het energiegebruik. En zo levert een in theorie 100 kcal verbranden door meer te wandelen, maar een verhoging van het totale energiegebruik van 60 kcal op. En dit verschijnsel zou zich vooral voordoen als je energie-inname het energiegebruik niet kan bijbenen, of wanneer je zelf drastisch kort op de calorieën. Het begrensde energiemodel krijgt dan ook steeds meer voeten aan de grond. En het is dan ook bekend dat bij mensen die korten op de calorieën het energiegebruik fors verlaagt. Daarnaast is het bekend dat bij de Hadza-jager-verzamelaars die fervente bewegers zijn het totale energiegebruik helemaal niet zo hoog is. Tot zover de theorie. Maar hoe past de studie uit oktober 2025 binnen deze context?
Wat onderzochte de nieuwe studie precies?
De studie uit 2025, de vermeende doodsteek voor het begrensde model kreeg veel aandacht. Maar wat deden de onderzoekers eigenlijk? De onderzoekers trommelden 75 gezonde volwassen Amerikanen (18–63 jaar) op. De 75 deelnemers lieten een enorme spreiding in fysieke activiteit zien. Sommige mensen bewogen nauwelijks (het zijn toch Amerikanen), terwijl andere mensen enorm veel bewogen. Over een periode van twee weken werd de lichaamssamenstelling met DXA, het rustmetabolisme met indirecte calorimetrie en de fitheid via een inspanningstest gemeten. Het totale dagelijkse energiegebruik werd bepaald met de dubbelgelabelde-watermethode. Deze methode is de gouden standaard waarmee je het totale energiegebruik goed kan meten over langere tijd. Fysieke activiteit werd geschat met geavanceerde stappentellers.
Dan de resultaten. Simpel gezegd, in deze studie betekende meer bewegen simpelweg dat het totale energiegebruik hoger was. Het lichaam leek dat extra energiegebruik niet zichtbaar af te remmen binnen de activiteitenniveaus van deze groep. En precies dat zorgde voor de ophef. Maar de crux zit er in wat je niet ziet als je alleen naar die ene regressielijn in de paper kijkt.
Waarom de nieuwe studie het begrensde model niet tegenspreekt
Op het eerste gezicht lijken de resultaten uit bovenstaande studie haaks te staan op het begrensde model. Maar ho eens even, zo simpel ligt het gelukkig niet. Wie goed onder de motorkap van de studie kijkt, ziet dat deze studie precies deed wat het begrensde model al voorspelt.
Twee punten zijn hierbij essentieel.
- De deelnemers zaten niet in een energietekort.
Het begrensde model voorspelt compensatie vooral wanneer mensen hun hoge niveau van fysieke activiteit NIET kunnen compenseren met voldoende energie-inname. Denk aan jager-verzamelaars, sporters in zware etappekoersen, of mensen die fors korten op de calorieën. De deelnemers in de studie hadden een stabiel gewicht en aten voldoende. Met andere woorden, de deelnemers verkeerden niet in de omstandigheden waarin compensatie het sterkst optreedt. - Het hoogste niveau van fysieke activiteit was hoog, maar niet extreem hoog.
Het begrensde model voorspelt geen dramatische afvlakking wanneer je fysiek actief bent dat voor een mens normaal langdurig haalbaar is. Het begrensde model geeft aan dat wanneer mensen extreem veel fysieke activiteit ontplooien (of bij een zeer beperkte energie-inname) het energiegebruik van de BMR en NEAT wordt verlaagd. Met andere woorden als het totale energiegebruik gedeeld door de BMR onder 2,5 is het begrensde model nog niet van kracht. Dus als je BMR 2000 kcal is, dan is het begrensde model pas van kracht als je totale energiegebruik groter is dan (2000 x 2,5=) 5000 kcal.
De deelnemers in de bovenstaande studie bleven onder die magische grens van 2,5.
De bovenstaande studie laat dus zien dat het optelmodel prima werkt, maar zegt niets over wat er gebeurt bij extreme belasting of tijdens langdurige calorierestrictie. De auteurs van het artikel schrijven dat overigens zelf ook expliciet.
En dus…
Er is dus geen bewijs dat het begrensde model onjuist is en ook niet dat het optelmodel altijd werkt. Wat duidelijk wordt is dat onder normale omstandigheden meer bewegen gewoon meer energiegebruik betekent. Maar bij extreme belasting of langdurige energierestrictie verschuift de fysiologie echt. Dan worden NEAT en BMR subtiel beperkt en krijgt het begrensde model de overhand. Wil je afvallen? Dan helpen extra stappen, cardio of circuits wel degelijk. Je moet echter wel voldoende eten om dat activiteitenniveau te ondersteunen. Maar let op! Tijdens langdurige of zware cuts kan je lichaam NEAT en BMR wat omlaag brengen, waardoor je minder vet kwijt raakt dan verwacht.
Wil je spiermassa opbouwen en train je veel? Dan hoef je niet bang te zijn dat je lichaam je energiegebruik tempert. Zolang je voldoende eet, stijgt je energiegebruik redelijk voorspelbaar mee met je activiteit.
Train je extreem veel en kort je sterk op de calorieën, dan gaat je lichaam uiteindelijk in de metabole adaptatie en daardoor verlopen herstelprocessen mogelijk minder optimaal en krijgt op (de lange) termijn je botgezondheid, cyclus en libido een knauw. Pas dus goed op jezelf!


