Wie zich een beetje bezighoudt met gezondheid, conditie of longevity komt de term VO₂max vroeg of laat tegen. VO₂max is een maat voor hoeveel zuurstof je lichaam maximaal kan opnemen en gebruiken tijdens inspanning. VO₂max wordt met name bepaald door hoeveel bloed het hart per minuut kan rondpompen en hoeveel zuurstof de spieren uit het rondgepompte bloed kunnen halen om vetten en koolhydraten te verbranden. Of simpel gezegd, hoe goed je biologische motor draait als je hem echt op volle toeren laat werken.
En die biologische motor heeft de afgelopen jaren een m ythische status gekregen. Alsof een zo hoog mogelijke VO₂max de sleutel is tot een lang en gezond leven. Hoe hoger, hoe beter. Punt, of toch komma?
Dat idee komt niet helemaal uit de lucht vallen. Al decennialang laten grote bevolkingsstudies zien dat mensen met een hogere VO₂max gemiddeld langer leven en minder hart- en vaatziekten hebben, dan mensen met een lagere VO₂max. Maar zoals zo vaak in de fysiologie geldt, is een verband nog geen verklaring.
Want hier wordt het interessant. Mensen met een hoge VO₂max bewegen namelijk meestal meer, hebben minder lichaamsvet, minder vaak diabetes, roken minder en zijn dus gemiddeld gezonder op vrijwel alle vlakken. De vraag is dus niet alleen of VO₂max samenhangt met gezondheid, maar vooral of een hoge VO₂max de oorzaak of een gevolg is van een goede gezondheid. Een studie uit 2024 probeerde antwoord te geven op die vraag.
Een slimme manier om oorzaak en gevolg te ontwarren
Om die vraag te beantwoorden gebruikten de onderzoekers een methode die Mendeliaanse randomisatie wordt genoemd. Wablief? We leggen het uit. Mendeliaanse randomisatie kun je zien als een soort natuurlijke loterij. Vanaf je geboorte krijg je genetische varianten mee die je aanleg voor bepaalde eigenschappen beïnvloeden. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld meer aanleg voor een hogere VO₂max, anderen iets minder.
Omdat die genetische verschillen al vastliggen voordat iemand leefstijlkeuzes maakt, kun je ze gebruiken om beter te onderzoeken wat oorzaak is en wat gevolg. Je haalt als het ware een deel van de ruis uit het systeem. In veel observationele studies kijken onderzoekers vaak naar grote groepen mensen en associëren (proberen een relatie te vinden) tussen VO₂max en hun gezondheid. En dan zie je al snel een patroon. Namelijk dat mensen met een hogere VO₂max gemiddeld langer leven. Alleen daarmee ontstaat er wel een probleem. Die mensen met een hogere VO₂max verschillen namelijk op heel veel andere manieren van elkaar. Zo bewegen ze meer, hebben minder lichaamsvet, eten vaak anders, roken niet, slapen beter en hebben minder chronische aandoeningen. De VO₂max zit ingebed in een compleet pakket aan leefstijl- en gezondheidsfactoren. Daardoor is het lastig om te zeggen wat nu echt de oorzaak is van de betere gezondheid. Mendeliaanse randomisatie probeert dat probleem te omzeilen door gebruik te maken van iets wat je zou kunnen zien als een “natuurlijke loting” bij de geboorte. In deze studie keken de onderzoekers niet alleen naar VO₂max, maar ook naar lichamelijke activiteit, lichaamsvetpercentage en het voorkomen van diabetes. Vervolgens onderzochten ze welke van die factoren waarschijnlijk direct bijdragen aan een langer leven.
Wat bleek?
Mensen met een hogere VO₂max leven gemiddeld langer en dat is niet verrassend want dat resultaat wordt in observationele studies bevestigd. Maar zodra de onderzoekers een stap verder gingen en keken naar genetische aanleg, werden de resultaten genuanceerder. De genetische varianten die samenhangen met een hogere VO₂max bleken namelijk niet duidelijk zelfstandig verantwoordelijk voor een langer leven. Huh? Met andere woorden, iemand die van nature een iets hogere VO₂max heeft, leeft niet automatisch langer. Dat klinkt teleurstellend, maar het past eigenlijk heel goed in het grotere plaatje. Want VO₂max staat zelden op zichzelf. VO₂max is eerder een soort samenvatting van hoe gezond iemands leefstijl en stofwisseling in elkaar zitten. Wanneer je vervolgens kijkt naar de factoren die wel consistent naar voren kwamen als waarschijnlijk causaal voor een langer leven, ontstaat er een herkenbaar beeld. Allereerst is er lichamelijke activiteit. Mensen die structureel meer bewegen, of dat nu wandelen, fietsen, sporten of gewoon veel dagelijks actief zijn is, hebben een aantoonbaar lager risico op vroegtijdig overlijden. Beweging werkt namelijk vrijwel overal in het lichaam positief door. Bewegen verbetert de insulinegevoeligheid, verlaagt de bloeddruk, ondersteunt de bloedvaten en helpt bij het behouden van spiermassa. Daarnaast speelt lichaamsvetpercentage een belangrijke rol. Vooral overtollig vetweefsel rond organen hangt sterk samen met metabole ontregeling en chronische laaggradige ontsteking. Dat verhoogt op termijn de kans op hart- en vaatziekten en diabetes type 2. En in het verlangde daarvan is er tot slot is de glucoseregulatie. Een goede bloedglucoseregulatie (oftewel goede insulinegevoeligheid) blijkt belangrijk voor een goede gezondheid op lange termijn. Zodra die regulatie verstoord raakt, krijgt vrijwel elk orgaansysteem daar vroeg of laat mee te maken.
Als je deze bovenstaande factoren naast elkaar zet, zie je dat het steeds gaat om dezelfde onderliggende eigenschap. Namelijk een metabool gezond en fysiek actief lichaam. VO₂max zelf komt in dat verhaal niet naar voren als de knop waar je aan moet draaien om je gezondheid te verbeteren, maar eerder als een soort dashboardlampje dat aangeeft of het onderliggende systeem goed draait. Iemand die veel beweegt, een gezond gewicht heeft en metabool gezond is, zal vrijwel automatisch ook een hogere VO₂max hebben.
Waarom dat eigenlijk goed nieuws is
En dit is juist een geruststellende boodschap. Het betekent namelijk dat je waarschijnlijk niet hoeft te streven naar een uitzonderlijk hoge VO₂max om de grootste gezondheidswinst te behalen. De belangrijkste effecten lijken al te ontstaan bij iets veel simpelers. Namelijk regelmatig bewegen, je vetmassa binnen de perken houden, verantwoord eten en niet roken. En dat regelmatig bewegen hoeft niet spectaculair te zijn. Wandelen, fietsen, traplopen, tuinieren, krachttraining (omdat we daar zelf groot voorstander van zijn) of af en toe sporten leveren al een bijdrage aan je gezondheid. Niet omdat ze je VO₂max naar sportersniveau tillen, maar omdat ze je hele stofwisseling en circulatiestelsel in beweging en gezond houden. De meeste gezondheidswinst lijkt dus al te ontstaan bij het halen van de basis. Dus genoeg dagelijkse activiteit, weinig langdurig zitten en een gezond lichaamsgewicht. Meer bewegen zorgt nog meer voordelen, maar die voordelen worden geleidelijk kleiner. De beroemde wet van de afnemende meeropbrengst speelt hier duidelijk mee.
Ook krachttraining (vinden wij) verdient in dit verhaal een vaste plek. Naarmate we ouder worden, verliezen we spiermassa en spierkracht. Door regelmatig spieren te belasten, rem je dat proces af. Dat helpt niet alleen voor functionele kracht, maar ook voor metabole gezondheid, botsterkte en zelfstandigheid op latere leeftijd. VO₂max stijgt daarbij (bescheiden) vaak gewoon mee als een bijvangst.
En dus…
De kern van deze studie is eenvoudig, maar wel belangrijk om goed te begrijpen. VO₂max blijft een sterke marker van gezondheid. Mensen met een hoge VO₂max zijn fitter, actiever en metabool gezonder. Maar VO₂max is waarschijnlijk niet de directe knop waaraan je draait om langer te leven. Die knoppen lijken eerder te liggen bij de dingen die VO₂max juist weerspiegelt en dat zijn voldoende bewegen, een gezond lichaamsgewicht behouden en je stofwisseling gezond houden. VO₂max is daarmee niet de motor van gezondheid, maar eerder het dashboardlampje. Het vertelt je hoe goed de motor draait, zonder zelf de oorzaak te zijn van het draaien. En dat maakt het uiteindelijk ook een praktische conclusie. Je hoeft geen obsessie te ontwikkelen met een zo hoog mogelijke VO₂max.

