ONTBIJT

Of geen ontbijt tot een hartaanval leidt?

De boterham met kaas, de havermout of de yoghurt met muesli. We hebben het natuurlijk over het ontbijt. In Nederland is het ontbijt bijna cultureel erfgoed. Op school werd het belang ervan benadrukt, in reclames werd het neergezet als de basis van een goede start en ook je (groot)ouders zeiden waarschijnlijk dat zonder ontbijt de dag niet doorkomt. De laatste tien jaar is er echter ook iets veranderd. Intermittent fasting (IF) en Time Restricted Feeding (TRF) werd populair, ook in Nederland. De zwarte koffie in plaats van de boterham werd normaal. Het ontbijt werd niet langer gezien als noodzakelijk, maar als optioneel. Vervolgens verschenen er wetenschappelijke publicaties met een onheilspellende boodschap. Namelijk dat mensen die het ontbijt overslaan een hoger risico zouden hebben op hart- en vaatziekten en eerder doodgaan. En dat roept vragen op? Is het ontbijt eigenlijk een beschermende factor tegen een hartaanval? Of verwarren we hier samenhang met oorzaak? Laten we het stap voor stap bekijken.

Correlatie is geen causatie

Twee meta-analyses (klik hier en hier om ze te lezen), gepubliceerd op basis van observationele studies, brachten gegevens samen van miljoenen mensen die jarenlang zijn gevolgd. Onderzoekers keken wie er meestal ontbeet, en wie niet? Vervolgens werd nagegaan wie van deze mensen hart- en vaatziekten ontwikkelde en/of overleed aan hart- en vaatziekten. En het bleek dat mensen die het ontbijt oversloegen gemiddeld een hoger risico op hart- en vaatziekten en er aan overlijden hadden, dan mensen die wel ontbeten. Op het eerste gezicht lijkt dat dus een duidelijke boodschap. Namelijk dat het ontbijt overslaan gevaarlijk is. Maar wie iets langer stilstaat bij de onderzoeksopzet, ziet dat deze conclusie minder vanzelfsprekend is dan ze lijkt. Deze studies zijn namelijk observationeel van aard. Dat betekent dat onderzoekers alleen hebben geobserveerd wat mensen uit zichzelf deden. Ze hebben niemand opgedragen om het ontbijt wel of niet te eten. Ze hebben patronen in het echte leven gevolgd en gekeken wie wel en niet hart- en vaatziekten ontwikkelden en er mogelijk aan overleed. En daar zit een belangrijke nuance.

Wat meet je eigenlijk als je “ontbijt overslaan” bekijkt?

Wanneer in zo’n studie staat dat ontbijt overslaan samenhangt met meer hart- en vaatziekten, meten we dan het effect van het ontbijt zelf? Of meten we het effect van een bepaald type leefstijl? Iemand die structureel geen ontbijt eet, doet dat niet in een vacuüm. Het kan samenhangen met onregelmatige werktijden, ploegendiensten, hoge werkdruk, weinig slaap of chronische stress. Het kan als we wat dieper kijken, zelfs samenhangen met roken, minder bewegen of een minder uitgebalanceerd voedingspatroon. Ook sociaaleconomische factoren spelen vaak een rol met wel, of niet ontbijten. Onderzoekers proberen hiervoor te corrigeren in hun analyses, maar correctie is nooit perfect. Er blijven altijd factoren over die niet of onvolledig zijn gemeten. Voor de nerds onder ons noemen we dat in wetenschappelijke termen residuele confounding. Het is goed mogelijk (zeer waarschijnlijk) dat niet het gemiste/overgeslagen ontbijt het probleem is, maar de bredere leefstijl waarin dat ontbijt wordt gemist. Dit is precies waarom in de hiërarchie van wetenschappelijk bewijs gerandomiseerde gecontroleerde studies hoger staan dan de observationele studies die we in de vorige paragraaf aanhaalden . Observationeel onderzoek kan verbanden signaleren, maar heeft moeite om hard oorzakelijk bewijs leveren.

Wat gebeurt er als je mensen wel randomiseert?

Om te onderzoeken of ontbijt overslaan daadwerkelijk schadelijk is, moet je mensen willekeurig indelen in twee groepen. Namelijk een groep die ontbijt en een groep die het ontbijt overslaat. Door die willekeurige toewijzing worden verschillen in leefstijl, sociaaleconomische status en andere factoren zoveel mogelijk gelijk verdeeld. Wanneer je meerdere van zulke zogenaamde gerandomiseerde studies combineert krijg je een meta-analyse van gerandomiseerde studies. In een van die meta-analyses van gerandomiseerde trials werd gevonden dat het ontbijt overslaan geen ongunstig effect heeft op factoren die het risico hart- en vaatziekten vergroten. Ook in een gerandomiseerde studie naar TRF, waarbij deelnemers hun eetvenster naar later op de dag verschoven, werden geen nadelige effecten op cardiovasculaire risicofactoren gevonden. Integendeel zelfs. Mensen die hun eetvenster tot later op de dag verschoven, hadden een betere metabole gezondheid, dan mensen met een ‘normaal’ eetvenster.

En dus…

Leidt het overslaan van het ontbijt tot een hartaanval? Op basis van het betere beschikbare experimentele bewijs is daar geen aanwijzing voor. Wat wel aannemelijk is, is dat het overslaan van het ontbijt bij sommige mensen samenhangt met een leefstijl die minder gunstig is voor de cardiovasculaire gezondheid. Het ontbijt fungeert dan als marker van die leefstijl, niet als directe beschermende factor. Voor de praktijk betekent dit dat de keuze om wel of niet te ontbijten vooral moet passen bij jouw totale leefstijl. Wie zich prettig voelt bij drie maaltijden per dag, inclusief ontbijt, hoeft dat zeker niet te veranderen. Wie liever later op de dag begint met eten en daardoor beter zijn voedselinname reguleert, kan dat eveneens met een gerust hart doen. De gezondheid van je hart wordt uiteindelijk niet bepaald door één maaltijd om zeven uur ’s ochtends, maar door het geheel van je voedings-, bewegings-, slaappatroon en de manier waarop je met stress omgaat. Het ontbijt is daarin hooguit een figurant in het verhaal, maar zeker niet de hoofdrolspeler.