In deel 2 beschreven we wanneer GLP-1-agonisten volgens de NHG-Standaard Obesitas überhaupt voorgeschreven worden. Daaruit bleek dat GLP-1-agonisten alleen bij ernstig overgewicht in combinatie met een verhoogd gezondheidsrisico en alleen wanneer intensieve leefstijlbegeleiding onvoldoende resultaat heeft gehad, worden voorgeschreven. Het doel van de GLP-1-agonisten is dan ook niet gewichtsverlies an sich maar het verlagen van gezondheidsrisico’s die met ernstig overgewicht gepaard gaan. De logische vervolgvraag waar we ons in dit deel op richten is dan ook niet primair wat het effect van GLP-1-agonisten op het lichaamsgewicht is, maar welke effecten deze middelen eventueel hebben op gezondheidsrisico’s.
Welke studies zeggen iets zinnigs over het effect van GLP-1-agonisten op gezondheidsrisico’s?
Het meeste bewijs over het effect van GLP-1-agonisten op de gezondheid komt uit gerandomiseerde gecontroleerde studies. In dit gerandomiseerde gecontroleerde studies (in het Engels Randomized Controlled Trials; RCT) wordt een groep mensen die GLP-1-agonisten gebruikt, vergeleken met een groep die een placebo (een nepmiddel zonder werkingsmechanisme) krijgt. Omdat deelnemers willekeurig worden ingedeeld, kan het verschil in effect op de gezondheid met redelijke zekerheid aan GLP-1-agonisten worden toegeschreven.
Om een overzicht te krijgen van wat al die losse studies samen betekenen, maken onderzoekers systematische reviews en meta-analyses. In systematische reviews en meta-analyses worden de resultaten van meerdere studies gecombineerd, zodat het gemiddelde effect en de variatie tussen mensen beter zichtbaar worden.
Een belangrijk detail is dat in veel van deze studies de proefpersonen bijna geen, of geen leefstijlbegeleiding kregen. Proefpersonen kregen vaak wat algemene adviezen over voeding en beweging, maar geen langdurige, intensieve begeleiding zoals die in de Nederlandse zorg wordt nagestreefd voor mensen met ernstig overgewicht. Dat is relevant voor de interpretatie van de resultaten, vooral bij veranderingen in lichaamssamenstelling (de verhouding tussen vetmassa en vetvrije massa).
Het effect van GLP-1-agonisten op het lichaamsgewicht
Voor het effect van GLP-1-agonisten op het lichaamsgewicht is een omvangrijke meta-analyse uit 2025 een goed uitgangspunt. In deze analyse werden tientallen gerandomiseerde studies samengebracht, met volwassenen met overgewicht of obesitas, zowel met als zonder diabetes.
Wat deze meta-analyse duidelijk maakt, is dat GLP-1-agonisten leiden tot meer gewichtsverlies dan een placebo. In kortere studies, met een looptijd rond een jaar, komt het extra gewichtsverlies door GLP-1-agonisten gemiddeld neer op ongeveer 5 kilogram. Dat verschil lijkt misschien bescheiden, maar is klinisch relevant bij mensen met een hoog gezondheidsrisico en die beperkte leefstijlbegeleiding kregen.
In langere studies en bij hogere doseringen wordt het effect groter. In onderzoeken met Semaglutide, waarin proefpersonen vaak anderhalf tot twee jaar werden gevolgd, lag het gemiddelde gewichtsverlies dichter bij ongeveer tien procent van het begingewicht en bij een deel van de deelnemers daar zelfs boven. Dit verschil is niet alleen een kwestie van de dosering van GLP-1-agonisten, maar ook van de behandelduur. Vermindering van eetlust en een beter verzadigingsgevoel (belangrijke effecten van GLP-1-agonisten) komt geleidelijk op gang en het lichaam heeft tijd nodig om zich aan een lagere energie-inname aan te passen.
Nogmaals het is belangrijk je te realiseren dat deze effecten grotendeels zijn opgetreden zonder intensieve leefstijlbegeleiding. Het gewichtsverlies weerspiegelt dus vooral het effect van het medicijn zelf en niet het maximale resultaat dat mogelijk is wanneer medicatie en leefstijlbegeleiding structureel worden gecombineerd.
Het effect van GLP-1-agonisten op de bloedglucoseregulatie
Bij mensen met diabetes mellitus type 2 is de invloed op de bloedglucosespiegel een van de best onderzochte effecten van GLP-1-agonisten. In studies wordt dit meestal gemeten met de HbA1c, een maat voor de gemiddelde bloedglucose over de voorafgaande twee tot drie maanden. De daling van de HbA1c bij gebruik van GLP-1-agonisten ligt tussen de 1 en 1,5 puntprocenten, wat een klinische relevante daling is.
Het effect van GLP-1-agonisten op het hart en bloedvaten
Het is mooi dat GLP-1-agonisten voor een verlaging van het lichaamsgewicht en een betere bloedglucoseregulatie veroorzaken, maar dat zegt nog niet alles over de daadwerkelijke gezondheidswinst. Dat positieve effect van GLP-1-agonisten op de gezondheid is er wel degelijk.
De sterkste aanwijzingen voor gezondheidswinst komen uit grote studies waarin het effect van GLP-1-agonisten op hart en bloedvaten is bestudeerd. De SELECT-studie is hierin belangrijk, omdat deze werd uitgevoerd bij mensen met overgewicht of obesitas zonder diabetes, maar MET al bestaande hart- en vaatziekten. Meer dan zeventienduizend deelnemers werden gemiddeld bijna drie jaar gevolgd. In die periode kregen mensen die Semaglutide gebruikten duidelijk minder vaak (bijna 20% minder vaak) een ernstig cardiovasculair incident dan mensen die een placebo kregen. Wanneer we spreken over een cardiovasculair incident dan bedoelen we bijvoorbeeld een hartinfarct, beroerte of overlijden door hart- en vaatziekten. Omgerekend trad ongeveer één op de vijf van deze ernstige incidenten niet op in de groep die het middel gebruikte.
Vervolganalyses van dezelfde studie laten zien dat dit gunstige effect niet volledig samenhing met de mate van gewichtsverlies. Ook deelnemers die relatief minder gewicht verloren, profiteerden van een lager risico op een hartinfarct, beroerte of overlijden door hart- en vaatziekten. Dat suggereert dat naast gewichtsreductie mogelijk ook directe effecten op bloedvaten en ontstekingsprocessen een rol spelen.
Meta-analyses waarin meerdere grote studies zijn samengevoegd, ondersteunen dit beeld en laten zien dat GLP-1-agonisten bij mensen met een hoger risico op hart- en vaatziekten de kans op ernstige hart- en vaatproblemen duidelijk verlagen ten opzichte van placebo.
Voor aandoeningen zoals obstructief slaapapneu, artrose en leververvetting geldt dat verbeteringen vooral indirect zijn en samenhangen met gewichtsverlies. De medicatie behandelt deze aandoeningen niet rechtstreeks, maar verlaagt het onderliggende risico.
Conclusie
Het huidige bewijs laat zien dat GLP-1-agonisten bij mensen met ernstig overgewicht en een verhoogd gezondheidsrisico meer doen dan alleen het lichaamsgewicht verlagen. Ze verbeteren de regulatie van de bloedglucosespiegel en verlagen, bij mensen met een hoog cardiovasculair risico, aantoonbaar de kans op ernstige hart- en vaatziekten. Gewichtsverlies speelt waarschijnlijk een centrale rol in dat gezondheidseffect, maar verklaart het gezondheidseffect van GLP-1-agonisten niet volledig. Dat GLP-1-agonisten positieve gezondheidseffecten hebben bij mensen met fors overgewicht en een hoog gezond cardiovasculair risico rechtvaardigt overigens niet het gebruik van deze middelen bij mensen die een paar kilootjes te zwaar zijn.

