GLP-1-medicatie uitgelegd, deel 1

GLP-1-medicatie (zoals bijvoorbeeld Ozempic, Wegovy) lijkt tegenwoordig overal tegelijk te zijn. In het ene artikel wordt het gepresenteerd als medische doorbraak, in het andere als symbool van gemakzucht en soms zelfs als teken dat leefstijl definitief heeft verloren in de strijd tegen obesitas. Opvallend genoeg begint dat debat vaak voordat duidelijk is waar we het eigenlijk over hebben. De eerste inspiratie voor GLP-1-medicatie kwam namelijk niet uit een hypermodern laboratorium, maar uit het speeksel van een zwartgele woestijnhagedis, die het Gila-monster heet. In dat speeksel werd een stof gevonden (exendine-4 voor de liefhebbers) die sterk lijkt op menselijk GLP-1, maar veel minder snel wordt afgebroken. Dat ene biologische detail bleek later de sleutel tot een hele nieuwe klasse geneesmiddelen. Wat dat precies betekent, en wanneer dat relevant is, wordt echter zelden uitgelegd.

Dit artikel is deel 1 van een serie over GLP-1-medicatie. In deze serie bespreken we stap voor stap wat GLP-1-agonisten doen in het lichaam, wanneer ze worden ingezet, welke gezondheidseffecten en bijwerkingen goed zijn onderzocht en hoe zorgen over spiermassaverlies en spierfunctie moeten worden geïnterpreteerd en we proberen dat op een zorgvuldige objectieve wijze te doen.

We beginnen bij de basis. Want zonder die basis wordt elke discussie al snel een meningsverschil over iets wat niet goed is gedefinieerd.

GLP-1 is een lichaamseigen regelhormoon

GLP-1 staat voor glucagon-like peptide-1. GLP-1 is een hormoon dat wordt afgegeven door gespecialiseerde cellen in de darmwand zodra voedsel de dunne darm bereikt. GLP-1 doet dienst als een belangrijk biologisch signaal (zoals elk hormoon). GLP-1 waarschuwt verschillende weefsels in het lichaam dat er energie aankomt en dat het lichaam zich daarop moet instellen.

GLP-1 draagt er vervolgens aan bij dat de alvleesklier insuline afgeeft wanneer de bloedglucosespiegel daadwerkelijk stijgt, zodat glucose vanuit het bloed de cellen in getransporteerd kan worden.

Tegelijkertijd wordt de glucagonafgifte van de pancreas geremd, waardoor de lever minder glucose aan het bloed afgeeft.

Ook vertraagt GLP-1 de doorgifte van voedsel vanuit de maag naar de darm. Daardoor blijft voedsel langer in de maag, waardoor het verzadigingsgevoel toe- en het hongergevoel afneemt en stijgt de bloedglucosespiegel geleidelijk in plaats van abrupt.

Samen zorgen deze effecten ervoor dat de verwerking van een maaltijd rustiger verloopt, ER treden minder sterke schommelingen in de bloedglucosespiegel op treedt er eerder een langduriger gevoel van verzadiging op.

Waarom dit systeem bij obesitas en diabetes vaak minder goed functioneert

Bij mensen met obesitas en/of diabetes type 2 werkt dit GLP-1-systeem vaak minder effectief. Dat betekent niet dat het hormoon ontbreekt, maar wel dat het signaal minder krachtig is en minder effect sorteert.

De afstemming tussen darm, hersenen en metabole organen raakt verstoord. Door langdurige insulineresistentie en een chronisch positieve energiebalans reageren met name spieren, lever en het centrale zenuwstelsel minder gevoelig op hormonale signalen zoals GLP-1. Het gevolg is dat verzadigingssignalen minder krachtig doorkomen en het hongergevoel minder snel optreedt en de regulatie van de bloedglucosespiegel minder strak verloopt.

Twee manieren om het GLP-1-systeem te beïnvloeden

Wanneer over GLP-1-medicatie wordt gesproken, worden vaak twee verschillende strategieën bedoeld. Enerzijds kan de GLP-1-afgifte worden gestimuleerd en anderzijds de werking van GLP-1 nabootsen.

De eerste route is het stimuleren van de lichaamseigen GLP-1-afgifte. Dat kan via voeding (eiwit- en vezelrijk), maar ook via medicatie die indirect werkt. Een voorbeeld van medicatie die GLP-1-afgifte stimuleert (of eigenlijk beter gezegd medicatie die de GLP-1-afbraak remt) zijn DPP-4-remmers. DPP-4-remmers zijn medicijnen die ervoor zorgen dat GLP-1 minder snel wordt afgebroken. Het bestaande signaal houdt daardoor iets langer aan, maar blijft binnen fysiologische grenzen. Deze middelen worden vooral gebruikt bij diabetes type 2 en hebben doorgaans weinig effect op lichaamsgewicht.

De tweede route is fundamenteel anders. GLP-1-agonisten zijn geneesmiddelen die de GLP-1-receptor direct en langdurig activeren. Ze binden aan dezelfde receptor als lichaamseigen GLP-1, maar worden veel langzamer afgebroken. Waar natuurlijk GLP-1 binnen minuten uit het lichaam verdwijnt, blijven GLP-1-agonisten uren tot dagen actief.

Dat betekent dat verzadigingssignalen continu aanwezig zijn, de eetlust structureel wordt geremd en de bloedglucosespiegel langduriger wordt beïnvloed. Juist deze langdurige receptoractivatie verklaart waarom GLP-1-agonisten effecten kunnen bereiken die met leefstijl alleen vaak niet haalbaar zijn.

Van biologische vondst naar geregistreerd geneesmiddel

Dat GLP-1-agonisten zijn geïnspireerd op exendine-4 uit het speeksel van het Gila-monster is meer dan een curiositeit. Het laat zien hoe een natuurlijk voorkomend molecuul kan worden aangepast tot een werkzaam geregistreerd geneesmiddel.

Dat een middel geregistreerd is, betekent dat het uitgebreid is onderzocht en beoordeeld op werkzaamheid, veiligheid en kwaliteit. In Nederland gebeurt dat door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en op Europees niveau door het European Medicines Agency (EMA). Alleen wanneer de balans tussen werkzaamheid en risico’s positief wordt beoordeeld, krijgt een geneesmiddel een officiële indicatie.

Voor GLP-1-agonisten is die informatie te vinden via:

Registratie betekent dus niet dat een middel voor iedereen geschikt is, maar dat het onder specifieke voorwaarden verantwoord kan worden ingezet bij specifieke doelgroepen.

In discussies over GLP-1-medicatie lopen namen vaak door elkaar. Dat is begrijpelijk, want in de spreekkamer, in de media en op sociale platforms worden vooral merknamen gebruikt, terwijl richtlijnen en wetenschappelijke literatuur vrijwel altijd uitgaan van de generieke naam van de werkzame stof. Wablief? We leggen het uit. Het verschil tussen een generieke naam en merknaam is bijvoorbeeld hardloopschoen (generieke naam) en Nike Air Pegasus (merknaam).

De generieke naam verwijst dus naar het actieve molecuul; de merknaam is de commerciële naam waaronder dat molecuul op de markt wordt gebracht. Een werkzame stof kan dus onder verschillende merknamen bekendstaan, afhankelijk van context en indicatie.

De meest gebruikte GLP-1-agonisten in Nederland

In Nederland zijn momenteel meerdere GLP-1-receptoragonisten geregistreerd en beschikbaar:

  • Liraglutide. Deze stof wordt op de markt gebracht als Victoza (voor diabetes type 2) en als Saxenda (voor obesitas). Het verschil zit niet in de stof zelf, maar in dosering en indicatie.
  • Semaglutide. Semaglutide is bekend onder de merknaam Ozempic (diabetes type 2) en Wegovy (obesitas). Ook hier geldt: dezelfde werkzame stof, maar met een andere positionering binnen de zorg.
  • Dulaglutide. Dulaglutide wordt verkocht als Trulicity en is geregistreerd voor de behandeling van diabetes type 2.

Naast klassieke GLP-1-agonisten bestaat er een verwante, maar aparte groep middelen die zowel de GLP-1- als de glucose-dependent insulinotropic polypeptide-receptor (GIP-receptor) activeren. Een receptor die via een andere route vergelijkbare effecten heeft als GLP-1. Het bekendste voorbeeld is Tirzepatide (Mounjaro), dat daarom wordt aangeduid als een dual incretin agonist.

Wanneer komen GLP-1-agonisten volgens de Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) in beeld?

Het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) is de wetenschappelijke vereniging van en voor huisartsen, die kwalitatief hoogwaardige, op wetenschap gebaseerde richtlijnen ontwikkelt, zoals de NHG-Standaard Obesitas. De NHG-Standaard Obesitas maakt een duidelijke keuze wanneer en bij wie GLP-1 agonisten gebruikt kunnen worden. Leefstijlinterventie vormt altijd de basis van de behandeling voor obesitas. Medicamenteuze behandeling wordt pas overwogen wanneer die basis onvoldoende resultaat heeft opgeleverd. Concreet gaat het dan om volwassenen met:

  • een BMI ≥ 40 kg/m², of
  • een BMI ≥ 35 kg/m² in combinatie met een verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico, zoals diabetes type 2, hypertensie, dyslipidemie, obstructieve slaapapneu of cardiovasculaire aandoeningen.

Daarnaast geldt expliciet dat:

  • intensieve leefstijlinterventie aantoonbaar onvoldoende effect heeft gehad;
  • medicatie altijd wordt ingezet als aanvulling op leefstijl, niet ter vervanging daarvan.

Conclusie

GLP-1 is een lichaamseigen hormoon dat een centrale rol speelt in de regulatie van eetlust en bloedglucosespiegel. Dat systeem kan worden beïnvloed via leefstijl, via middelen die het eigen GLP-1-signaal versterken en via GLP-1-agonisten die dit signaal medicamenteus nabootsen.

Die benaderingen lijken op elkaar, maar verschillen wezenlijk in intensiteit, effect en plaats binnen de zorg. Door dat onderscheid scherp te houden, ontstaat ruimte voor een inhoudelijk gesprek over wanneer GLP-1-medicatie zinvol is en wanneer niet.

In het volgende deel van deze serie kijken we daarom bij wie GLP-1-agonisten worden ingezet en welke afwegingen daarbij een rol spelen.