In de vorige delen van deze serie hebben we besproken wat GLP-1-medicatie is, bij wie het wordt ingezet, welke gezondheidswinst ermee samenhangt en welke risico’s daarbij horen. Ook hebben we besproken dat GLP-1-agonisten wellicht een afname van de vetvrije massa veroorzaakt, maar dat niet als synoniem voor een afname van de spiermassa gezien kan worden. Sterker nog GLP-1-agonisten zorgen wellicht voor een afname van de vetvrije massa, zeker wanneer er geen krachttraining wordt gedaan en de eiwitinname wordt verhoogd, maar het fysiek functioneren en de spierfunctie neemt juist toe. In deel 5 stonden we stil bij de afweging tussen het risico op matige tot ernstige bijwerkingen en gezondheidswinst bij gebruik van GLP-1-agonisten bij mensen met ernstig overgewicht. Daaruit bleek dat de gezondheidswinst van het gebruik van GLP-1-agonisten bij mensen met ernstig overgewicht wel degelijk opweegt tegen de bijwerkingen.
In dit zesde deel concentreren we ons op de zorg die onvermijdelijk volgt. Namelijk de zorg wat er gebeurt als je stopt met GLP-1-agonisten. En daarbij adresseren we ons op wat gewichtstoename na staken van GLP-1-agonsisten eigenlijk zegt over obesitas als chronische aandoening.
Dat onderwerp raakt aan een hardnekkig misverstand. Gewichtstoename na stoppen van GLP-1-agonisten wordt vaak gezien als bewijs dat deze medicatie niet werkt of dat iemand afhankelijk is geworden. Maar wie iets beter kijkt naar hoe het honger- en verzadigingsgevoel bij mensen met ernstig obesitas werkt, ziet iets anders.
Obesitas is vaak een chronische aandoening
Om te begrijpen waarom stoppen met GLP-1-agnisten vaak leidt tot gewichtstoename, is het goed om te begrijpen wat voor aandoening obesitas eigenlijk is. Obesitas is vaak geen gevolg van een gebrek aan wilskracht, of discipline maar een chronische aandoening waarbij de stofwisseling fors en signalen van honger en verzadiging fors zijn ontregeld.
Bij mensen met obesitas is de onder andere de regulatie van eetlust en verzadiging ontregelt. Het lichaam verdedigt als het ware een hoger lichaamsgewicht met meer honger en een lager verzadigingsgevoel na voedselinname. Deze ontregeling gebeurt onder andere via hormonen (waaronder GLP-1). Deze ontregeling die uitgebreid is beschreven, blijft vaak bestaan, ook nadat mensen veel gewicht hebben verloren.
GLP-1-agonisten grijpen in op dit verstoorde systeem. Ze versterken signalen van verzadiging, remmen eetlust en maken het dus makkelijker om langdurig minder te eten. Daardoor komen mensen makkelijker in een negatieve energiebalans en verliezen daardoor gewicht en wanneer mensen daarnaast krachttraining blijven doen en de eiwitinname verhogen, spiermassa en spierfunctie in stand houden. GLP-Ze genezen obesitas niet, maar dempen een ontregeld biologisch systeem.
Stopt de medicatie dan neemt het gewicht toe
In grote gerandomiseerde studies is ook gekeken naar wat er gebeurt na het stoppen met GLP-1-agonisten. Een bekend voorbeeld is de follow-up van de STEP-studies met de GLP-1-agonist semaglutide (bekend onder de merknamen Ozempic en Wegovy). Daarin zagen onderzoekers dat mensen die stopten met de GLP-1-agonisten in de maanden daarna weer aanzienlijk aankwamen. Niet omdat hun gedrag plots verslechterde, maar omdat het verzadigingsgevoel afnam en het hongergevoel weer toenam na het staken van de GLP-1-agonisten. Vanuit fysiologisch perspectief is gewichtstoename na het staken van de GLP-1-medicatie dan ook te verwachten en zien we ook terug bij andere studies waarbij gebruik van GLP-1-agonisten wordt gestaakt.
Gewichtstoename na staken van GLP-1-agonisten is geen bewijs dat deze medicatie niet werkt
Hier ontstaat vaak verwarring. Als iemand stopt met GLP-1-agonisten en weer aankomt, wordt gedacht dat deze medicatie niet werkt. Hoewel deze gedachte logisch lijkt, klopt deze van geen kanten. Obesitas moet namelijk gezien worden als chronische aandoening. En wat in de behandeling voor obesitas geldt, geldt voor heel veel chronische aandoeningen. Iemand met hooikoorts die stopt met antihistaminica of corticosteroïdneusspray, krijgt in het pollenseizoen weer klachten. Niet omdat het middel slecht was, maar omdat de allergie blijft bestaan. Bij diabetes mellitus type 1 is dat nog duidelijker. Insuline geneest de ziekte niet. Stoppen met insuline leidt niet tot herstel, maar tot ernstige ontregeling. Niemand concludeert daaruit dat insuline verslavend is, of de oorzaak van het probleem bij mensen met diabetes mellitus type 1. GLP-1-medicatie past in diezelfde logica. Het helpt het lichaam verzadiging beter te voelen maar werkt alleen zolang het wordt gebruikt.
Leefstijl blijft belangrijk
Dat betekent niet dat leefstijl onbelangrijk is. Integendeel. In alle richtlijnen, waaronder de
NHG-Standaard Obesitas, staat expliciet dat gebruik van GLP-1-agonisten altijd een aanvulling op leefstijlaanpassingen is. Het betekent wel dat leefstijl alleen bij een deel van de mensen met ernstige obesitas onvoldoende tegenwicht biedt aan de biologische tegenreacties van het lichaam.
Dit verklaart ook waarom langdurige gewichtsbehoudsstudies zonder medicatie zulke bescheiden resultaten laten zien, zelfs bij intensieve begeleiding.
(onder meer beschreven in langlopende cohort- en interventiestudies, zoals CALERIE).
Wat betekent dit voor langdurig gebruik?
De consequentie van dit alles is dat GLP-1-agonisten langdurig nodig kunnen zijn om gezondheidswinst te behouden. Dat geldt vooral voor mensen met ernstig overgewicht en bijkomende aandoeningen zoals diabetes type 2 of een verhoogd cardiovasculair risico. Internationale richtlijnen van onder andere de ADA en EASD erkennen dit inmiddels expliciet. En geven aan dat bij chronische aandoeningen zoals ernstige obesitas soms chronische behandeling hoort.
Conclusie
Gewichtstoename na stoppen met GLP-1-agonisten is geen bewijs dat deze medicatie niet werkt. Het is eerder een bevestiging dat obesitas bij veel mensen een chronische aandoening is, waarbij het lichaam actief terugstuurt richting een hoger gewicht.
Net als bij hooikoorts of diabetes type 1 onderdrukt de behandeling symptomen en risico’s, zolang zij wordt gebruikt. Dat is geen zwakte van het middel, maar een weerspiegeling van de verstoring van fysiologische regelmechanismen bij mensen met ernstige obesitas.

