Binnen de wereld van het ketogeen dieet wordt regelmatig gesteld dat een verhoogd LDL-cholesterol minder zorgwekkend is zolang iemand slank is, een goede bloeddruk heeft en de bloedglucosewaarden normaal zijn. Dit standpunt wordt met name aangehangen door mensen die zichzelf omschrijven als “Lean Mass Hyper-Responders” (LMHR) en gepopulariseerd door onder andere Feldman, Norwitz en Budoff. Maar in hoeverre is deze aanname wetenschappelijk onderbouwd? Een publicatie uit 2025, de KETO-CTA-studie, lijkt deze overtuiging te ondersteunen, tenminste, als je de koppen gelooft en de studie oppervlakkig leest. In dit artikel nemen we die studie eens goed onder de loep. Wat onderzochten de auteurs in eerste instantie nu echt, wat vonden ze, hoe hebben ze hun bevindingen gecommuniceerd en hoe stevig staat hun bewijs eigenlijk? We nemen kort het onderzoek door en leggen de zwakke plekken bloot die de conclusie flink laten wankelen.
Wat onderzocht de KETO-CTA-studie?
De KETO-CTA-studie volgde 100 mensen die een streng ketogeen dieet volgden en extreem hoge LDL-cholesterolwaarden (LDL-C-waarden, of LDL-C) hadden (gemiddeld 6,6 mmol/L). Ter vergelijking: een LDL-C onder de 3,0 mmol/L wordt als wenselijk beschouwd. En voor mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten wordt zelfs gestreefd naar nog lagere LDL-C-waarden. De onderzoekers keken met behulp van een CT-scan van het hart (CCTA) of er nieuwe atherosclerose ontstond in de kransslagaders. De kransslagaders (coronaire slagaders) zijn by the way de bloedvaten die de hartspier van zuurstofrijk bloed voorzien. Hierbij meten ze het volume van zogenoemde arteriële plaque ophopingen van vet en ontstekingscellen aan de binnenkant van de coronaire slagaders). Dat soort plaques maken je slagaders minder soepel en kunnen uiteindelijk leiden tot hartinfarcten of beroertes. Vooral niet-verkalkte plaque is gevaarlijk, omdat deze makkelijker kan scheuren en zo een bloedvat ineens kan afsluiten. Geen kinderspel dus om met deze vaten te rommelen.
De belangrijkste bevinding: na één jaar op het ketogeen dieet was er gemiddeld 18,8 mm³ aan nieuwe niet-verkalkte plaque ontstaan. Een toename van 43%. Dit wordt in de medische literatuur gezien als een ongunstige ontwikkeling. Om het bot te zeggen. Dit is slecht.
Opmerkelijk genoeg zagen de onderzoekers geen duidelijke relatie tussen de toename van plaque en de hoogte van het LDL-C. Ze merkten bovendien op dat bij een aanzienlijke groep deelnemers geen progressie van plaque werd waargenomen. Daarmee laten ze zien dat de effecten van het dieet op de vaatgezondheid niet bij iedereen hetzelfde zijn. Tegelijkertijd is het belangrijk te benadrukken dat een gemiddelde stijging van 43% bij de hele groep wel degelijk wijst op een potentieel risico, ook als niet iedereen daar evenveel last van lijkt te hebben.
Kritische analyse: waar zitten de gaten?
Een goede wetenschappelijke studie moet helder zijn over wat er wordt onderzocht, robuust zijn in opzet en eerlijk over de beperkingen. Bij de KETO-CTA-studie wringt en schuurt het hier op meerdere vlakken. Hieronder lichten we die punten één voor één toe.
- Afwijking van het oorspronkelijke onderzoeksdoel
Wanneer onderzoekers een studie opzetten, registreren ze vaak van tevoren wat hun belangrijkste vraag is. Dit heet het primaire eindpunt. Zo wordt voorkomen dat men achteraf alleen gunstige uitkomsten laat zien en tegenvallende resultaten weglaat. Bij deze studie was vooraf vastgelegd dat het primaire eindpunt de procentuele toename in niet-verkalkte plaque zou zijn. Dat zijn zoals eerder gezegd zachte vetophopingen in de vaatwand, die een verhoogd risico geven op hart- en herseninfarcten. In het uiteindelijke gepubliceerde artikel komt dat belangrijke eindpunt echter nauwelijks aan bod. In plaats van een duidelijke analyse van die toename, wordt de lezer geconfronteerd met losse metingen in een grafiek, zonder samenvattende statistiek of duidelijke uitleg. Ondertussen richten de auteurs zich op andere, minder relevante uitkomsten. Dit roept vragen op: waarom is het vooraf gekozen eindpunt naar de achtergrond verdwenen? Zou het kunnen dat de uitkomst tegenviel? Spoiler: de uitkomst viel heel erg tegen! Zulke verschuivingen ondermijnen het vertrouwen in de objectiviteit van het onderzoek.
- Homogene groep maakt correlaties onmogelijk
ALLE, JA ECHT ALLE deelnemers aan deze studie hadden extreem hoge LDL-C (gemiddeld 6,6 mmol/L). Dat klinkt als een detail, maar het heeft grote gevolgen voor de statistische analyse. Om te kunnen onderzoeken of er een verband (correlatie) bestaat tussen LDL-C-waarden en plaque-opbouw, heb je variatie in LDL-C-waarden nodig. Als iedereen in je onderzoek ongeveer dezelfde LDL-C-waarde heeft, kun je niet onderzoeken of hogere LDL-C gepaard gaat met meer plaque. Denk aan het volgende voorbeeld: stel je wilt onderzoeken of hogere bloeddruk samenhangt met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Maar je studie bestaat alleen uit mensen met een bloeddruk van precies 160/100 mmHg. Omdat er geen variatie is (iedereen heeft dezelfde (hoge) bloeddruk) kun je niet analyseren of mensen met nóg hogere bloeddruk slechter af zijn, of mensen met lagere bloeddruk mogelijk beschermd zijn. Je hebt simpelweg niet het benodigde bereik aan waarden om dat verband in kaart te brengen. Zo werkt het hier ook: het feit dat er binnen deze groep geen verband werd gevonden tussen LDL-C en plaque betekent niet dat er geen verband is. Het betekent dat je het met deze groep niet kunt onderzoeken, omdat de variatie ontbreekt.
- Te korte tijdspanne om conclusies te trekken
Atherosclerose (aderverkalking) is een langzaam proces. Het duurt vaak jaren tot decennia voordat vetophopingen in de vaatwand leiden tot klinische gevolgen zoals een hartinfarct. Deze studie volgde de deelnemers slechts 12 maanden en dat is veel te kort om iets te zeggen over langetermijneffecten of het echte risico op hart- en vaatziekten. Het is een beetje alsof je iemands huid een fractie van een seconde boven een kaarsvlam houdt en dan concludeert: zie je wel, open vuur veroorzaakt geen brandwonden, ga met een gerust hart in een brandend huis slapen. Op korte termijn zie je misschien niets, maar dat betekent niet dat er geen gevaar is bij langdurige blootstelling. Des te opvallender is het dat er zelfs in deze korte tijd al een duidelijke toename van risicovolle plaque te zien was.
- Geen controlegroep maakt interpretatie lastig
Goede wetenschap maakt gebruik van een controlegroep een vergelijkbare groep mensen zonder de onderzochte risicofactor of met een andere behandeling. In deze studie ontbreekt die vergelijking volledig. Er is geen groep mensen met normale LDL-C-waarden die ook een ketogeen dieet volgt en ook geen groep die een ander dieet volgt. Daardoor kun je niet zeggen of de toename in plaque veroorzaakt werd door het dieet zelf, door de hoge LDL-C-waarden, of misschien door iets heel anders (zoals supplementgebruik, genetica, of andere leefstijlfactoren). Zonder controlegroep wordt het gissen naar de oorzaak, en zijn conclusies per definitie zwak.
- Verwarring zaaien met misleidende samenvattingen
De samenvatting van het onderzoek probeert de boodschap over te brengen dat de meeste deelnemers geen verhoogd risico liepen. Maar de harde cijfers vertellen een ander verhaal: gemiddeld nam het volume van gevaarlijke, niet-verkalkte plaque met 43% toe in slechts een jaar tijd. Opmerkelijk is dat de auteurs aan het eind van het artikel toch toegeven dat hun bevindingen compatibel zijn met een causale rol van ApoB. Wat bedoelen ze daarmee? ApoB (apolipoproteïne B) is een eiwit dat aanwezig is op deeltjes zoals LDL (het ‘slechte’ cholesterol). Elk LDL-deeltje draagt precies een ApoB-molecuul, waardoor ApoB een nauwkeurige maat is voor het aantal deeltjes die potentieel schade aan de bloedvaten kunnen veroorzaken. Als er veel ApoB in het bloed zit, zijn er veel van die deeltjes actief in je vaten, wat het risico op plaquevorming vergroot. Wanneer de onderzoekers schrijven dat hun bevindingen “compatibel zijn met een causale rol van ApoB”, zeggen ze in feite: wat wij hebben gemeten, past bij het idee dat ApoB een oorzaak is van atherosclerose. Dit is belangrijk, want de causale rol van ApoB wordt al decennialang ondersteund door uitgebreid onderzoek. Het betekent dat het niet alleen een bijverschijnsel is, maar actief bijdraagt aan het ontstaan van hart- en vaatziekten. Kortom: ondanks pogingen om de conclusies te verzachten, wijst hun eigen data in de richting van wat we allang weten. Namelijk dat hoge aantallen ApoB-deeltjes, zoals bij mensen met een hoge LDL-C-waarden, het risico op hart- en vaatziekten vergroten.
En dus…
Er zijn veel goed uitgevoerde studies die laten zien dat het vervangen van verzadigd vet (zoals in boter, kaas en kokosvet) door onverzadigd vet uit zaadolie (zoals zonnebloem-, soja- of koolzaadolie) het risico op hart- en vaatziekten verlaagt. Een recente publicatie in JAMA Internal Medicine bevestigde dit nogmaals: Zhang et al., 2025 liet zien dat een ketogeen dieet zonder veel verzadigd vet geen schadelijke effecten heeft op hart- en bloedvaten. Maar zodra het dieet rijk is aan boter en kokosolie, schieten LDL-C en plaquevorming omhoog. De KETO-CTA-studie wordt gebracht als een geruststellend verhaal: hoge LDL-C bij fitte mensen zou geen probleem zijn. Maar als je de cijfers en methodes onder de loep legt, zie je vooral veel mist: onvolledige rapportage, eenzijdige selectie van deelnemers, en een kort tijdsbestek. De uitkomst is juist zorgwekkend: in slechts één jaar tijd zagen we een stevige toename van risicovolle plaque. Dit is geen geruststelling. Het is een waarschuwing die in rook is verpakt. Een ketogeen dieet hoeft echter niet ongezond te zijn. Door verzadigde vetten te vermijden en te kiezen voor onverzadigde vetten uit plantaardige oliën zoals zonnebloem-, soja- of koolzaadolie. Laat je cholesterol checken als je koolhydraatarm eet. Een LDL-C onder de 3 mmol/L is de veilige zone.


