Moeten we de fles zonnebloemolie in het keukenkastje maar meteen bij het chemisch afval zetten? Het lijkt er bijna op als we afgaan op een studie uit maart 2025. De onderzoekers stellen dat het veelvoorkomende omega-6-vetzuur linolzuur, rijk aanwezig in zaadolie, de groei van triple-negatieve borstkanker zou kunnen versnellen. Triple-negatieve borstkanker is een relatief zeldzame, maar agressieve vorm van borstkanker die zich anders gedraagt dan andere types. Want wat blijkt? Linolzuur blijkt in laboratoriumtesten kankercellen te activeren, muizentumoren te laten groeien én vaker aanwezig te zijn in het bloed en tumorweefsel van mensen met deze specifieke borstkankervorm.
De studie bestaat uit drie delen:
- Een celonderzoek, waarin menselijke borstkankercellen worden blootgesteld aan linolzuur.
- Een muizenstudie, waarin muizen met borstkanker verschillende vetrijke diëten krijgen.
- Een analyse van menselijke tumoren en bloedmonsters, waarbij gekeken wordt naar vetzuurprofielen bij patiënten.
In dit artikel nemen we de drie onderdelen onder de loep. We leggen uit wat er precies gedaan is, waar de sterkte van het bewijs zit en waar de grenzen liggen. En vooral: moeten we ons nu écht zorgen maken over zaadolie in de keuken?
Deel 1: kankercellen in een schaaltje
In het eerste deel van de studie voegden onderzoekers linolzuur toe aan verschillende typen menselijke borstkankercellen in het laboratorium. Wat bleek? Vooral de triple-negatieve borstkankercellen gingen harder groeien. Dat kwam doordat linolzuur zich in de cel bindt aan een vetzuurtransporter: FABP5. Dat transporteiwit loodst het vetzuur naar de groeischakelaar van de cel: het mTORC1-complex. En zodra die schakelaar aanstaat, gaat de cel sneller delen.
Maar dit deel kent ook zijn beperkingen. De gebruikte cellen worden buiten het lichaam gekweekt in een kunstmatige omgeving. In zo’n omgeving ontbreken allerlei factoren die in een menselijk lichaam wel meespelen, zoals afweercellen, hormonen, de darm-lever-as, enzymatische omzetting van vetzuren en interactie met andere weefsels. Bovendien zijn de concentraties linolzuur vaak extreem hoog en veel hoger dan mensen normaal via voeding binnenkrijgen. De omstandigheden zijn dus kunstmatig. Wat in een petrischaaltje gebeurt, zegt daarom nog lang niet alles over hoe borstkankercellen zich in het menselijk lichaam gedragen.
Deel 2: muizen op saffloerolie en olijfolie
In het tweede deel van het onderzoek kregen muizen met borstkanker een dieet met 45% vet, grotendeels afkomstig uit ofwel saffloerolie (zeer rijk aan linolzuur) ofwel olijfolie (rijk aan oliezuur, een omega-9-vetzuur). De muizen die saffloerolie kregen, ontwikkelden grotere tumoren en vertoonden ook tekenen van een minder goed werkend immuunsysteem.
Daarbij bleek dat bij oplopende doseringen linolzuur (2%, 8%, 12% van de voedselinname) ook de tumorgroei toenam. Wat opvalt, is dat het dieet vrijwel geen omega-3 bevatte. Het zou dus kunnen dat het niet zozeer de aanwezigheid van linolzuur is die de tumoren stimuleert, maar eerder het ontbreken van beschermende vetzuren zoals omega-3. Voldoende omega-3 staat erom bekend dat het ontstekingsremmend werkt, apoptose (geprogrammeerde celdood) ondersteunt en groei van tumorcellen juist kan remmen.
De muizenstudie toont dus vooral aan wat er gebeurt in een lichaam dat veel linolzuur krijgt én weinig beschermende vetzuren zoals omega-3 en omega-9. Dat maakt het lastig om te zeggen dat linolzuur zelf de oorzaak is van tumorgroei.
Deel 3: mensen met borstkanker
Tot slot vergeleken de onderzoekers bloed en tumorweefsel van vrouwen met verschillende vormen van borstkanker. Ze vonden dat vrouwen met triple-negatieve borstkanker meer linolzuur en meer FABP5 in hun tumorweefsel en bloed hadden dan vrouwen met andere subtypes.
Dat klinkt als een bevestiging van het muizen- en celonderzoek. Maar ook hier geldt: correlatie is nog geen causatie. Een verhoogd linolzuurgehalte in het bloed hoeft niet direct het gevolg te zijn van wat iemand gegeten heeft. Het kan ook ontstaan doordat een tumor vetzuren uit het bloed opneemt of concentreert. Met andere woorden: het hogere linolzuur in het bloed zou net zo goed een gevolg kunnen zijn van een agressieve tumor, in plaats van de oorzaak ervan.
Daar komt bij dat we niets weten over de voeding van de vrouwen in de studie. Er zijn geen voedingsdagboeken (en dus vetinname) bijgehouden en geen gegevens over hun leefstijl en andere gezondheidsgeschiedenis (roken en alcoholgebruik). Verder is het bekend dat triple negatieve borstkanker een mogelijk erfelijke component heeft. Vrouwen met een zogenaamde BRCA1-mutatie hebben een sterk verhoogd risico op borstkanker. Het type borstkanker dat deze vrouwen met een verhoogd risico ontwikkelen, is vaak een triple negatieve borstkanker.
Het gebrek aan informatie over de achtergrond van de vrouwen is een cruciale beperking.
Eveneens weten we dat bij veel mensen en dus ook mogelijk bij de geïncludeerde proefpersonen veel calorieën uit bewerkte voedingsmiddelen die rijk zijn aan zaadolie komen. Denk bijvoorbeeld aan voedingsmiddelen zoals, margarine, frituursnacks, koek, chips, mayonaise en fritessaus. Dat maakt het lastig om te zeggen of zaadolie de groei van kankercellen stimuleert of dat het simpelweg komt door de consumptie van calorierijke, sterk bewerkte producten die toevallig zaadolie bevatten en weinig voedingsstoffen bevatten die de groei van kankercellen remmen.
Bovendien is de onderzoeksgroep klein, en er is onvoldoende informatie over of er gecorrigeerd is voor andere invloeden zoals leeftijd, BMI, medicatiegebruik of andere gezondheidsfactoren. Dit maakt het trekken van harde conclusies over causaliteit lastig.
Wat zegt de wetenschap over omega-6 en kanker?
In de bredere wetenschappelijke literatuur is de relatie tussen omega-6 en kanker complex. Sommige studies suggereren een mogelijk licht verhoogd risico bij zeer hoge inname, vooral bij gebrek aan andere vetzuren. Maar grootschalige analyses, waaronder cohortstudies en meta-analyses, laten over het algemeen géén overtuigend verband zien tussen omega-6-inname en het ontstaan van kanker. Soms zien onderzoekers zelfs een licht beschermend effect van omega-6-vetzuren en het ontwikkelen van kanker.
Wel is er steeds meer aandacht voor het belang van voldoende omega-3 en omega-9-vetzuren, die mogelijk een beschermende rol spelen in de celgezondheid en het immuunsysteem. Veel mensen consumeren te weinig van deze vetzuren.
Conclusie
De studie van toont aan dat linolzuur via het eiwit FABP5 de groeiregelaars in triple-negatieve borstkankercellen kan activeren bij muizen en bij cellen in een petrischaaltje. In muizen werd een verband gezien tussen linolzuurrijke voeding en snellere tumorgroei en bij vrouwen met dit type borstkanker werd linolzuur vaker in het bloed en tumorweefsel aangetroffen.
Maar géén van deze bevindingen bewijst dat linolzuurrijke voeding of zaadolie bij mensen daadwerkelijk borstkanker veroorzaakt. Er is in dit onderzoek niet gekeken naar het effect van omega-3 op het ontstaan van borstkanker, alleen naar de invloed van omega-6 op de groei van reeds bestaande kankercellen.
Moeten we daarom massaal onze fles zonnebloemolie inruilen voor roomboter? Nee. Maar het is wél verstandig om in te zetten op voldoende inname van beschermende vetzuren zoals omega-3 (uit vis, algen, lijnzaad of walnoten) en omega-9 (uit olijfolie en avocado’s). En als je twijfelt tussen een handje walnoten of een gefrituurde snack met mayonaise: dan is de keuze voor je gezondheid al snel gemaakt.


