Sporten en het hart, deel 1

Dat bewegen goed is voor de gezondheid staat nauwelijks ter discussie. Mensen die regelmatig sporten hebben gemiddeld een lager risico op hart- en vaatziekten en leven langer. Toch duiken er de laatste jaren steeds vaker berichten op die dat beeld lijken te compliceren. In sommige studies wordt namelijk gevonden dat duursporters meer aderverkalking coronaire vaten (de slagaders die het hart van zuurstof en voedingsstoffen voorzien) hebben dan minder actieve mensen. Dat lijkt tegenstrijdig, want hoe kan een leefstijl die het hart juist zou moeten beschermen, samengaan met meer zichtbare afwijkingen in datzelfde hart? En betekent meer aderverkalking automatisch ook meer risico op hart- en vaatziekten? Om die vragen goed te kunnen beantwoorden, is het handig om te begrijpen wat studies bij sporters laten zien en daarnaast is het handig helder te hebben wat onderzoekers eigenlijk meten wanneer ze het hebben over aderverkalking van de coronaire vaten.

De ene aderverkalking is de andere niet

Coronaire atherosclerose (oftewel aderverkalking van de slagaders die het hart van bloed voorzien) is een proces waarbij zich ophopingen vormen in de wand van de kransslagaders (coronaire vaten). Die ophopingen, (plaques genoemd), bestaan uit een combinatie van cholesterol, ontstekingscellen, bindweefsel en vaak ook calciumzouten. In de volksmond worden die calciumzouten kalk genoemd. Belangrijk is dat plaques sterk van elkaar kunnen verschillen. Sommige zijn zacht plaques en bevatten relatief veel vet en ontstekingsactiviteit. Deze plaques zijn instabiel en kunnen scheuren en wanneer deze plaques afscheuren, kunnen ze een coronair vat afsluiten en we spreken dan over een hartinfarct. Andere plaques bevatten juist veel calcium. Die verkalking maakt ze mechanisch stabieler en minder gevoelig voor afscheuren. Om deze verkalking zichtbaar te maken, wordt in veel studies gebruikgemaakt van CT-scans. De hoeveelheid calcium in een plaque wordt samengevat in de zogenoemde coronary artery calcium-score, of CAC-score. In de algemene bevolking geldt dat een hogere CAC-score samenhangt met een hoger risico op hart- en vaatziekten. De CAC-score geeft dus een indruk van hoeveel verkalking er aanwezig is, maar vertelt niet het hele verhaal. Om dat beter te begrijpen, is het nodig om niet alleen te kijken naar hoeveel plaque er is, maar ook naar de samenstelling ervan. In een studie uit 2017 werd dit onderzocht met behulp van CT-angiografie (CTCA), een techniek die niet alleen aderverkalking laat zien, maar ook onderscheid kan maken tussen verschillende typen plaques. In deze studie werd gekeken naar de het voorkomen van aderverkalking en de samenstelling van de plaques bij zowel sporters als minder actieve mensen van middelbare leeftijd. Wat opviel, was dat duursporters inderdaad vaker plaques hadden, maar dat deze plaques er anders uitzagen. In deze studie had de 56% van de duursporters geen aanwijzingen voor atherosclerose op de CT-scan. Bij de niet-sporters was dat 78%. Wanneer we echter kijken naar de aard van de aderverkalking bij de duursporters en niet-sporters zien we een ander beeld. Bij de duursporters waren de plaques veel vaker verkalkt (stabiele plaques, hoge CAC-score), terwijl bij minder actieve mensen relatief vaker gemengde of niet-verkalkte (zachtere) instabiele plaques werden gezien. Juist die laatste categorie wordt in verband gebracht met een hoger risico op een hartinfarct, omdat deze plaques gevoeliger zijn voor scheuren. Hoewel sporters dus vaker tekenen van atherosclerose hadden, leek de aard van die atherosclerose te verschillen. Niet alleen de hoeveelheid, maar ook het type plaque was anders verdeeld. En dat is belangrijk om te weten (vinden wij), omdat het helpt verklaren waarom een hogere CAC-score niet automatisch hetzelfde betekent voor iedereen. Twee mensen kunnen een vergelijkbare hoeveelheid plaque hebben, terwijl het risico op een hartinfarct toch verschilt door de samenstelling van de plaque. In dezelfde studie werd ook gekeken naar de relatie tussen het aantal trainingsjaren en vaatveranderingen. Daaruit bleek dat elk extra jaar intensieve training samenhing met een lichte toename in de kans op verkalking of vernauwing van de kransslagaders. Dit werd uitgedrukt in een zogenoemde odds ratio van 1.08. Zo’n getal klinkt technisch, maar is eigenlijk vrij eenvoudig te begrijpen. Een odds ratio van 1.08 betekent dat de kans per extra trainingsjaar ongeveer 8% hoger ligt dan het jaar daarvoor. Het gaat dus om een geleidelijke toename over de tijd, niet om een plotseling groot effect. Belangrijk is dat dit een relatieve toename is. Het zegt niets over hoe groot de kans in absolute zin is. Als de kans op een bepaalde bevinding klein is, dan blijft die vaak ook na zo’n relatieve stijging nog steeds relatief klein. Bovendien laat zo’n verband niet zien dat training de oorzaak is alleen dat ze vaker samen voorkomen.

Wat is er nog onbekend?

Hoewel de CAC-score een sterke voorspeller is van het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten in de algemene bevolking, is het minder duidelijk hoe deze maat geïnterpreteerd moet worden bij mensen die langdurig en intensief sporten. Een belangrijk punt is dat de CAC-score geen volledig beeld geeft van atherosclerose. Twee mensen kunnen dezelfde score hebben, terwijl de onderliggende plaques sterk verschillen in samenstelling en daarmee in risico. Daarnaast komt veel van de kennis over CAC uit studies bij mensen met een verhoogd cardiovasculair risico. Sporters vormen vaak juist een andere populatie, met vaak een gunstiger profiel qua bloeddruk, cholesterol en leefstijl. Dat maakt het lastiger om dezelfde interpretaties één-op-één over te nemen.

Ook verschillen tussen mannen en vrouwen zijn nog onvoldoende uitgezocht. Waar bij mannelijke duursporters relatief consistent vaker aderverkalking wordt gevonden, is het beeld bij vrouwen veel minder duidelijk. In veel studies zijn vrouwen ondervertegenwoordigd, waardoor harde conclusies echter ook moeilijk te trekken zijn. Overzichtsartikelen, zoals een review uit 2020, benadrukken dat het huidige bewijs voor vrouwelijke sporters beperkt is. Er zijn aanwijzingen dat vrouwen mogelijk niet hetzelfde patroon laten zien als mannen, maar dit is nog onvoldoende onderzocht om daar stevige conclusies aan te verbinden.

En dus…

De eerste belangrijke les is dat aderverkalking geen eenduidig begrip is. Het maakt uit wat je precies meet en welk type plaques aanwezig zijn. Een hogere CAC-score betekent in veel gevallen een hoger risico, maar die relatie is niet automatisch een-op-een van toepassing op iedereen. Dat geldt zeker voor sporters. Bevindingen zoals een hogere CAC-score of meer plaques moeten altijd worden geïnterpreteerd in de juiste context inclusief de samenstelling van die plaques, het totale risicoprofiel en de beperkingen van de metingen zelf. Maar laten we de veranderingen die in de coronaire bloedvaten bij duursporters worden gevonden ook niet onder het tapijt vegen. Ook bij sporters blijft verkalking een signaal dat er veranderingen in de bloedvaten plaatsvinden. Een CAC-score zegt misschien niet alles, maar het is ook geen betekenisloze uitkomst. Zeker wanneer er sprake is van meerdere risicofactoren, kan het wel degelijk aanleiding zijn om verder te kijken.