Het LDL-dilemma. Deel 2

Voor sommige mensen die een sterk koolhydraatbeperkt voedingspatroon volgen, is deze manier van eten een verademing. Het voedingspatroon bevat weinig koolhydraten en relatief veel vet, waaronder vaak verzadigd vet, en bestaat daardoor regelmatig uit producten zoals vlees, eieren, roomboter en volvette zuivel. Mensen die op deze manier eten rapporteren onder andere gewichtsverlies en een stabielere bloedglucosespiegel. Opvallend is bovendien dat bij een deel van deze mensen een bijzonder bloedbeeld ontstaat.

Binnen deze groep vallen de zogenaamde Lean Mass Hyper-Responders (LMHR) op. Het gaat meestal om slanke, fysiek actieve mensen met relatief hoge HDL-cholesterolwaarden, lage triglyceriden en weinig aanwijzingen voor insulineresistentie. Op basis van deze kenmerken lijkt hun metabole profiel op het eerste gezicht gunstig. Er is echter een opvallende uitzondering. Namelijk dat het LDL-cholesterol vaak sterk is verhoogd.

Daarmee ontstaat een interessante, maar ook lastige vraag. Als iemand slank en fysiek actief is, lage triglyceriden heeft, een hoge HDL-waarde en geen duidelijke aanwijzingen voor insulineresistentie, wat betekent een sterk verhoogd LDL-cholesterol dan voor het risico op hart- en vaatziekten? Is het verhoogde LDL-cholesterol in deze specifieke context even relevant als bij iemand met bijvoorbeeld overgewicht, hoge triglyceriden en insulineresistentie? Of verandert de metabole context de betekenis van een verhoogd LDL-cholesterol?

Om die vraag te kunnen beantwoorden, kijken we in dit tweede deel verder dan het bloedbeeld alleen. We moeten begrijpen wat LDL-deeltjes precies doen, hoe ze in de vaatwand terechtkomen en welke rol ApoB daarbij speelt. Pas dan kunnen we beoordelen of het bijzondere bloedbeeld van LMHR reden geeft om anders naar een sterk verhoogd LDL-cholesterol te kijken.

Bestelbusjes op de weg

Stel je voor dat je bloedvaten het wegennet zijn en dat het bloed door het wegennet stroomt. LDL-cholesteroldeeltjes komen in het bloed voor en zijn dan bestelbusjes die cholesterol vervoeren. Het totale LDL-cholesterol dat je meet, zegt hoeveel cholesterollading er in totaal wordt vervoerd door je bloed. Maar elk bestelbusje (elk LDL-cholesterolDEELTJE) heeft een uniek kenmerk. Het bevat precies één ApoB-molecuul. En dat is belangrijk om te weten. Er zijn meerdere soorten (lipoproteïnen genoemd) van dit soort bestelbusjes, zoals VLDL, IDL en LDL die allemaal een ApoB-molecuul dragen.

Echter, LDL blijft veruit het langst in het bloed rondrijden en heeft op elk moment dat je meet het grootste aandeel van het totale aantal ApoB-deeltjes in het bloed. Daardoor bestaat grofweg 90 tot 95% van alle ApoB-dragende deeltjes in je bloed uit LDL-cholesteroldeeltjes. Met andere woorden, als je ApoB meet, meet je in de praktijk vooral het aantal LDL-cholesterolDEELTJES in je bloed.

Dat is cruciaal, want het aantal bestelbusjes (LDL-cholesterolDEELTJES) bepaalt hoe druk het wordt op de weg (in je bloedvaten). Hoe meer LDL-cholesterolDEELTJES er rondrijden, hoe groter de kans dat er eentje van de weg raakt en in de vaatwand belandt. En dat is precies waar atherosclerose (aderverkalking) begint. Het is dus niet alleen de hoeveelheid cholesterol die telt, maar ook hoeveel “bestelbusjes” dat cholesterol vervoeren.

De traditionele manier om het risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten in te schatten was kijken naar totaal LDL-cholesterol van het bloed. Dus hoeveel cholesterol er in totaal wordt vervoerd. Dat werkt vaak prima om het risico op hart- en vaatziekten in te schatten, maar niet altijd. Want niet elk bestelbusje vervoert precies dezelfde hoeveelheid lading cholesterol. Soms zijn er veel kleine busjes met weinig lading, soms grote met veel lading. Daardoor kan LDL-cholesterol het aantal LDL-cholesterolDEELTJES onderschatten of juist overschatten. ApoB geeft dat aantal LDL-cholesterolDEELTJES direct weer en daarmee hoe druk het werkelijk is op de weg.

En als je die metafoor doortrekt, wordt het duidelijk dat hoe meer bestelbusjes er rijden, hoe groter de kans op ongelukken. In dit geval zijn die “ongelukken” kleine beschadigingen en ophopingen in de vaatwand die uiteindelijk leiden tot atherosclerose.

Wat we zien als we dit over langere tijd volgen

Wanneer je mensen over langere tijd volgt, zie je dat bovenstaande verhandeling geen theoretisch verhaal is. In een grote analyse waarin genetische studies, bevolkingsonderzoeken en interventiestudies samenkomen, beschreven in een publicatie uit 2017, is gekeken naar drie verschillende invalshoeken.

Ten eerste: genetische varianten. Sommige mensen hebben van nature een leven lang iets lagere LDL-cholesterolwaarden. Die mensen blijken consequent minder hart- en vaatziekten te ontwikkelen.

Ten tweede: bevolkingsstudies waarin grote groepen jarenlang worden gevolgd. Daar zie je dat hogere LDL-cholesterolwaarden samenhangen met meer hart- en vaatziekten.

En ten derde: gerandomiseerde studies, waarin LDL actief wordt verlaagd met medicatie. Daar zie je dat het risico daadwerkelijk daalt wanneer LDL en ApoB omlaag gaan. Drie totaal verschillende benaderingen, maar telkens dezelfde uitkomst. Namelijk dat meer LDL-cholesteroldeeltjes over langere tijd meer vaatschade betekent.

Die lijn zie je ook terug in een artikel opgesteld door experts op het gebied van LDL-cholesterol en het risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten uit 2024, waarin expliciet wordt beschreven dat ApoB een directe maat is voor het aantal atherogene deeltjes (aderverkalking veroorzakende deeltjes) en daarmee een sterke voorspeller van het risico op hart- en vaatziekten. En in recente richtlijnen uit 2026 wordt ook geadviseerd om het LDL-cholesterol (en ApoB) te verlagen om het risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten te beperken.

Wat misschien nog het meest tot nadenken stemt, zijn studies waarin juist ogenschijnlijk gezonde mensen worden onderzocht. In een studie uit 2024 werden mensen zonder overgewicht, zonder diabetes en zonder hoge bloeddruk gescand. En ook daar bleek hoe hoger het LDL-cholesterol, hoe meer aderverkalking. Eenzelfde patroon werd gevonden in een studie onder jonge volwassenen uit 2024. Juist deze twee laatste studies zijn interessant, want deze leveren aanwijzingen dat een hoog LDL-cholesterol in afwezigheid van andere risicofactoren toch een ongunstige invloed op het ontwikkelen van atherosclerose lijkt te hebben.

En dus…

Het bijzondere bloedbeeld van LMHR roept een interessante vraag op. Een laag triglyceridengehalte, een hoog HDL-cholesterol, een goede insulinegevoeligheid en een laag lichaamsvet zijn allemaal kenmerken die op zichzelf gunstig kunnen zijn. Maar daar staat bij LMHR vaak een sterk verhoogd LDL-cholesterol tegenover. De vraag is daarom of die gunstige kenmerken het mogelijke risico van een verhoogd aantal LDL-cholesteroldeeltjes kunnen compenseren.

Wat we op basis van het huidige onderzoek wel kunnen zeggen, is dat er geen goede reden is om een verhoogd LDL-cholesterol automatisch als onschadelijk te beschouwen omdat de rest van het metabole profiel gunstig is. LDL-cholesteroldeeltjes kunnen de vaatwand binnendringen en ApoB geeft een indruk van hoeveel van deze atherogene deeltjes er daadwerkelijk circuleren en langdurigere b