Wie zich verdiept in het carnivoor voedingspatroon komt al snel verhalen tegen van mensen die zich als herboren voelen als ze zich bijna uitzonderlijk met vlees voeden. Darmklachten verdwijnen, energie neemt toe, huidproblemen verdwijnen en sommige mensen geven aan dat auto-immuunklachten afnemen doordat ze een carnivoor voedingspatroon hebben. Zeker voor mensen die jarenlang met klachten hebben rondgelopen, is dat fijn. Het is daarom te simpel om al die ervaringen weg te zetten als onzin of placebo. Een carnivoor voedingspatroon kan namelijk zeker zorgen dat iemand minder klachten heeft. Alleen betekent dat niet automatisch dat vlees een magische werking heeft, of dat plantaardige producten ineens schadelijk zijn.
Want wanneer je kijkt naar wat mensen praktisch gezien doen zodra ze overstappen op een carnivoor voedingspatroon, dan zie je dat het in veel opzichten sterk lijkt op een principe dat binnen de diëtetiek al tientallen jaren bekend is. Namelijk het good old fashioned eliminatiedieet.
Bij een eliminatiedieet begeleid door een daarin gespecialiseerde diëtist worden tijdelijk voedingsmiddelen weggehaald die mogelijk klachten veroorzaken. Het doel daarvan is niet om die voeding voorgoed te vermijden, maar juist om systematisch te onderzoeken wat probleemproducten zijn. Daarna volgt namelijk het belangrijkste deel. Namelijk het gecontroleerd herintroduceren van voedingsmiddelen. Op die manier probeer je onderscheid te maken tussen voeding die iemand goed verdraagt en voeding die mogelijk klachten uitlokt.
Een carnivoor voedingspatroon doet in de praktijk iets vergelijkbaars, alleen veel extremer. Vrijwel alle plantaardige producten verdwijnen ineens uit het voedingspatroon. Daardoor verdwijnen automatisch ook allerlei stoffen die bij sommige mensen tijdelijk klachten kunnen geven, zoals bepaalde fermenteerbare koolhydraten, grote hoeveelheden ultrabewerkte voeding, alcohol, overmatige suikerinname of specifieke voedingsmiddelen waar iemand gevoelig op reageert.
Dat sommige mensen zich dan beter voelen, is dus niet vreemd. De vraag is alleen of dat komt omdat vlees geneest, of doordat heel veel potentiële triggers die eerst wel werden gegeten ineens verdwijnen uit het voedingspatroon?
Waarom een carnivoor voedingspatroon werkt
Een belangrijk concept hierbij zijn FODMAPs. FODMAP is een afkorting voor “Fermentable Oligosaccharides, Disaccharides, Monosaccharides And Polyols”. Vrij vertaald gaat het om bepaalde koolhydraten die bij sommige mensen in de dunne darm niet goed worden verteerd en opgenomen en vervolgens door darmbacteriën worden gefermenteerd. Bij die fermentatie ontstaan gassen en trekken die gassen vocht aan in de darm en dat kan leiden tot verschillende buikklachten waaronder buikpijn en een extreem opgeblazen gevoel. FODMAPs zitten in op zichzelf vaak verantwoorde producten zoals ui, knoflook, peulvruchten, volkoren tarweproducten, bepaalde fruitsoorten en sommige zuivelproducten. Wanneer iemand plotseling al deze producten weglaat, kunnen klachten sterk afnemen. Niet omdat plantaardige producten per definitie slecht zijn, maar omdat bepaalde voedingsmiddelen waarin FODMAPS zitten bij sommige mensen klachten uitlokken.
Dat geldt ook voor ultrabewerkte voeding. Veel mensen die overstappen op een carnivoor voedingspatroon stoppen tegelijkertijd met frisdrank, fastfood, alcohol, calorierijke snacks, sterk bewerkte producten en maaltijden met weinig voedingswaarde. Dat alleen al kan een enorm verschil maken op je welbevinden. Ultrabewerkte voeding bevat vaak veel calorieën, weinig vezels, weinig micronutriënten en is zo samengesteld dat je er te makkelijk te veel van eet. Bovendien kan overmatige inname van alcohol, sterk bewerkte voeding en grote hoeveelheden suiker bij sommige mensen bijdragen aan darmklachten, reflux, verstoringen van de darmflora en ontstekingsprocessen.
Wanneer iemand dan overstapt op vooral de drie V’s (vlees, vis en vogels), eieren en een zeer beperkte hoeveelheid zuivel, voelt dat soms alsof het carnivoor voedingspatroon geneest. In werkelijkheid kan het net zo goed betekenen dat iemand simpelweg allerlei voedingsmiddelen heeft geëlimineerd uit het voedingspatroon die voorheen problemen veroorzaakten. En dat is de kern van een eliminatiedieet dat al decennialang door diëtisten wordt gebruikt.
Wat onderzoek naar de relatie tussen een carnivoor voedingspatroon en darmklachten werkelijk laat zien
Voorstanders van het carnivoor voedingspatroon verwijzen regelmatig naar casusrapporten en vragenlijstonderzoeken waarin mensen verbetering van klachten rapporteren door het volgen van een carnivoor voedingspatroon. Die studies zijn interessant, maar moeten wel zorgvuldig geïnterpreteerd worden.
Een voorbeeld daarvan is een case report uit 2024 waarin tien patiënten met inflammatoire darmziekten, zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa, een zeer restrictief dierlijk voedingspatroon volgden. Een case report is geen gecontroleerde interventiestudie, maar een beschrijving van wat er gebeurt bij een kleine groep patiënten in de praktijk. In deze publicatie rapporteerden meerdere deelnemers duidelijk minder darmklachten en verbetering van symptomen doordat zij carnivoor zijn gaan eten.
Dat klinkt indrukwekkend, maar er zitten grote beperkingen aan dit soort onderzoek. Er was geen controlegroep, de deelnemers wisten welk dieet ze volgden en tegelijkertijd verdwenen ook allerlei andere voedingsmiddelen uit het dieet die mogelijk klachten veroorzaakten. Bovendien zegt een verbetering, of het verdwijnen van symptomen nog niets over de gezondheidseffecten van het volgen van een carnivoor voedingspatroon op bijvoorbeeld het hart en bloedvaten, de daadwerkelijke darmgezondheid en mogelijke voedingstekorten.
Iets vergelijkbaars geldt voor de grote survey-studie uit 2021 (die we eerder hebben besproken) waarin duizenden mensen uit online carnivoorgemeenschappen vragenlijsten invulden over hun gezondheid. Veel deelnemers rapporteerden gewichtsverlies, minder darmklachten en meer energie. Alleen is dit type onderzoek extreem gevoelig voor selectiebias en dat betekent dat mensen die negatieve ervaringen hebben vaak stoppen met het carnivoor voedingspatroon en vervolgens de vragenlijsten meestal niet invullen. Daarnaast werden gezondheidsuitkomsten grotendeels gebaseerd op zelfrapportage en niet door objectieve metingen! Wat deze studie dus vooral laten zien, is dat sommige mensen subjectieve verbeteringen ervaren wanneer ze zeer veel voedingsmiddelen schrappen uit hun voedingspatroon. Ze bewijzen niet dat een langdurig carnivoor voedingspatroon gezond is op de lange termijn.
Van hardcore carnivoor naar herintroductie
Een ander interessant onderdeel van het carnivoor verhaal is dat sommige van de bekendste boegbeelden van de carnivore gemeenschap uiteindelijk zelf richting een klassiek eliminatiebenadering zijn opgeschoven. Paul Saladino, jarenlang bekend als de “Carnivore MD”, promootte jarenlang een vrijwel volledig dierlijk voedingspatroon. Inmiddels eet hij weer, honing, zuivel, fruit en zelfs andere bepaalde plantaardige producten.
Ook Mikhaila Peterson, ook een bekend gezicht van de carnivore community, is later weer voedingsmiddelen gaan herintroduceren. En haar verhaal sluit eigenlijk goed aan bij hoe eliminatiediëten binnen de diëtetiek al jarenlang worden toegepast. Namelijk om eerst tijdelijk heel veel voedingsmiddelen sterk te beperken om klachten te verminderen, daarna stap voor stap voedingsmiddelen te herintroduceren om structureel en systematisch te kijken welke voedingsmiddelen wel en niet verdragen worden.
En daar zit misschien wel de grootste ironie rondom het carnivore voedingspatroon. Binnen de reguliere diëtetiek bestaat dit principe namelijk al decennialang. Diëtisten gebruiken eliminatie- en provocatiediëten bijvoorbeeld bij voedselallergieën, prikkelbaredarmsyndroom, eosinofiele oesofagitis en andere gastro-intestinale aandoeningen. Het doel daarbij is vrijwel nooit om mensen levenslang op een extreem beperkt voedingspatroon te houden. Het doel is juist om uiteindelijk weer zoveel mogelijk volwaardige voeding te kunnen eten zonder klachten en dat is een fundamenteel verschil met het carnivoor voedingspatroon. Binnen de diëtetiek is een eliminatiefase namelijk een tijdelijk hulpmiddel.
En dus…
Dat sommige mensen zich beter voelen op een carnivoor voedingspatroon is logisch. Wanneer iemand plotseling stopt met ultrabewerkte voeding, alcohol, fastfood, overmatige suikerinname en mogelijke voedseltriggers, kunnen darmklachten, energiedips en andere symptomen verbeteren. Dat effect van het elimineren van bepaalde voedingsmiddelen zien diëtisten al jarenlang terug binnen eliminatiediëten. En daarom is het belangrijk om goed te begrijpen wat hier gebeurt. Het bewijs wijst namelijk veel sterker richting het effect van eliminatie dan richting een magische werking van uitsluitend dierlijke producten. Daarmee wordt ook duidelijk waarom een carnivoor voedingspatroon in sommige gevallen tijdelijk nuttig kan zijn, maar waarom dat nog geen argument is voor jarenlang eten zonder peulvruchten, fruit, groenten en andere plantaardige producten. Binnen de reguliere diëtetiek is het doel van een eliminatiedieet namelijk juist om daarna gecontroleerd voedingsmiddelen terug te brengen en een zo breed mogelijk voedingspatroon op te bouwen. En misschien is het veelzeggend dat zelfs bekende carnivoorstanders uiteindelijk precies het proces hebben gevolgd dat binnen de reguliere diëtetiek gemeengoed is, alleen dan wel tergend langzaam. Een carnivoor voedingspatroon kan daarom hooguit een tijdelijke eerste stap zijn binnen een door een diëtist (geregistreerd in het kwaliteitsregister) zorgvuldig begeleid eliminatietraject, zodat voedingstekorten, onnodige restricties en verkeerde conclusies zoveel mogelijk voorkomen worden.

