Het voorkomen van blessures in Nederland

Sporten is goed voor lijf en leden. Helaas ontstaan door sporten ook blessures. De incidentie van sportblessures was in 2000/2001 ongeveer anderhalf miljoen. Veldvoetbal levert de meeste geblesseerden op. Wanneer gekeken wordt naar aantal blessures per 1000 sporturen, veroorzaakt skiën/snowboarden de meeste blessures (7,1/1000 sporturen).

Wat is incidentie en prevalentie?
Binnen de epidemiologie zijn incidentie en prevalentie veel gebruikte begrippen. Beide begrippen geven aan hoe vaak een bepaalde aandoening voorkomt. Beide begrippen worden kort toegelicht.

Incidentie
Incidentie is het aantal nieuwe gevallen wat een bepaalde ziekte doormaakt binnen een bepaalde periode. Meestal wordt als periode 1 jaar genomen.

Prevalentie
Prevalentie is het aantal gevallen van een ziekte op bepaald moment. Er is een verband tussen incidentie en prevalentie. Het aantal nieuwe gevallen van een bepaalde ziekte vermenigvuldigd met de duur van de ziekte staat gelijk aan de prevalentie van die ziekte. Bij de prevalentie kan 1 bepaald punt worden genomen. De prevalentie wordt dan puntprevalentie genoemd. De prevalentie kan ook over een bepaalde periode worden genomen, bijvoorbeeld 1 jaar. De prevalentie wordt dan jaarprevalentie genoemd.

Incidentie en prevalentie van sportblessures in Nederland
Voor dat in kan worden gegaan op incidentie- en prevalentiecijfers in Nederland. Moet eerst kort worden beschreven wat een blessure is. Vervolgens wordt ingegaan op de incidentie- en prevalentiecijfers van sportblessures in Nederland. Als bron hiervoor is het SWOV-rapport Ongevallen en Bewegen in Nederland gebruikt. Een blessure is een lichamelijke verwonding door blootstelling aan een te grote blootstelling aan energie. Blessures binnen sport kunnen dus optreden door kortdurend aan een te grote blootstelling aan energie. Denk hierbij aan een val bij wielrennen, waarbij het sleutelbeen kan breken. Langdurige te grote blootstelling aan energie kan ook tot blessures leiden. Hierbij valt te denken aan overbelastingsblessures. Bijvoorbeeld tendinitis van de achillespees.

Incidentie van sportblessures in Nederland
De incidentie van het totaal aantal blessures in 2000/2001 is ongeveer anderhalf miljoen (1.474.000). 740.000 van deze blessures zijn niet medisch behandeld. 734.000 van deze blessures zijn wel medisch behandeld. De incidentie van geleidelijk ontstane blessures was in 2000/2001 ongeveer 204.000, waarvan 110.000 niet medisch is behandeld. De incidentie van acuut ontstane blessures is 1.270.000, waarvan 630.000 niet medisch zijn behandeld. Veldvoetbal is verantwoordelijk voor 440.000 van deze blessures.

Prevalentie van sportblessures in Nederland
De prevalentie van het totaal aantal blessures in 2000/2001 is ongeveer een half miljoen (531.000). 131.000 van deze blessures zijn niet medisch behandeld. 400.000 van deze blessures zijn wel medisch behandeld. De prevalentie van geleidelijk ontstane blessures was in 2000/2001 ongeveer 116.000, waarvan 95.000 niet medisch is behandeld. De prevalentie van acuut ontstane blessures is 415.000, waarvan 95.000 niet medisch zijn behandeld.

Sporten waar veel blessures voorkomen
Er zijn een aantal sporten waar de incidentie en prevalentie van blessures hoog is. De incidentie van blessures kan op verschillende manieren worden berekend. Een manier is om te kijken hoeveel mensen geblesseerd zijn die een bepaalde sport beoefenen. Een andere manier is om te kijken naar het aantal sportblessures per 1000 sporturen van die sport. Deze maat wordt incidentiedichtheid genoemd. Wanneer gekeken wordt naar het aantal geblesseerden die een bepaalde sport beoefenen, dan heeft voetbal de meeste geblesseerden tot gevolg. Op de tweede plaats staat tennis en op de derde plaats zaalvoetbal. Wanneer wordt gekeken naar het aantal geblesseerden per 1000 sporturen. Dan staat zaalvoetbal met 7,1 geblesseerden per 1000 sporturen op plaats 1, op plaats twee en drie staan respectievelijk skiën/snowboarden (4,9 geblesseerden per 1000 sporturen) en basketbal (4,0 geblesseerden per 1000 sporturen).

Enkel en knie het vaakst geblesseerd
De enkel en knie zijn het vaakst geblesseerd. Jaarlijks zijn er 600.000 enkelblessures. Dit is ruim 15% van het totale aantal blessures. Ruim 60% van de enkelblessures is een enkeldistorsie (verzwikking). Met 20% is de knie het vaakst geblesseerd. 40% van de knieblessures wordt veroorzaakt door verzwikking en verdraaien.

Bronnen:

www.nationaalkompas.nl
www.veiligheid.nl
H. Valkenberg, W. Schoots, M. van Nunen, W. Ormel, I. VriendHandboek Epidemiologie Sportblessures, Uitgegeven door Stichting Consument en Veiligheid
www.swov.nl
www.veiligheid.nl
www.veiligheid.nl